Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Pfw^horus. Ill
metalen uit de, in de aarde voorkomende metaaloxyden of ertsen,
door dezelve met kool te verliitten.
PHOSPHOBWATEKSIOP (PH^).
145. In een kolfje of in een flesehje brenge men ^ lood ge-
blusehten kalk en een stukje phosphor, ter grootte van eene erwt,
vuile het glas tot aan den hals toe met water en plaatse het in
een potje, waarin zich sterk zoutwater bevindt. Dit wordt uit
1 lood keukenzout en 3 lood water bereid. Nadat men de ope-
ning van het kolfje met eene gebogen glazen buis, die met het
andere einde in een' bak met water steekt, verbonden heeft,
]7ig_ 79 verwarmt men het zoutwa-
ter tot kokens toe; er zal
zich eene luchtsoort ontwik-
kelen , die, zoodra zij uit
het water in de lucht komt,
van zelve ontbrandt; zij
heet phosphorwaterstofgas
(PH,). Vangt men haar in
een met water gevuld klein
glaasje op de bekende wijze
op, zoo ontbrandt zij eerst dan, wanneer men het glaasje in de
lucht opent. Bij deze verbranding verbindt zoowel de phosphor
als de waterstof zich met de zuurstof van de lucht, en er ontstaat
phosphorzuur (PO^) en water (HO). Het eerste vormt een witten
damp, die, wanneer het gas met bellen uit het water opstijgt,
ringen vormt. Onvcrbrand riekt het gas naar knoflook.
140. Bij de bereiding van zwavelwaterstof (132) ontnam het
ijzer aan het water zijne zuurstof, en de zwavel verbond zich nu
met de vrij geworden waterstof; wat deze beide stoffen te zamen
vcrmogtcn, dat doet de phosphor alleen; hij onttrekt aan het
water zoowel de zuurstof als de waterstof cn verdeelt zich tus-
schen de bestanddeelen van het water; uit phosphor en zuurstof
ontstaat een zuur, dat niet vlugtig is, derhalve terug blijft, doch
uit phosphor en waterstof ontstaat eene vlugtige, luchtvormige
verbinding, welke ontwijkt. De phosphor kan dit evenwel slechts
dan, wanneer er eene sterke basis, zoo als hier de kalk, aanwe-
zig is, waarmede zich het uit phosphor en zuurstof ontstaande
zuur verbinden kan. Dc kalle is de bondgenoot van den phosphor,
hij helpt niet regtstrecks bij de ontleding van het water, maar