Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ScheihouJige werkingen. 3
bloed kan voegen. Het bloed wordt door de beweging van het hart
door het geheele ligehaam heen gedreven en komt in de longen met
de ingeademde lucht in aanraking; daarbij verandert het bloed van
kleur, de lucht van hoedanigheid, er ontwikkelt zich warmte. Het
ligehaam deelt die warmte aan de omringende lucht mede, en om
haar niet geheel te verliezen, moeten wij het met stoffen bekleeden,
die de warmte niet gemakkelijk laten doorgaan.
3. Zoo lang eene plant of een dicir leeft, staan de scheikundige en
physische werkingen onder het voogdijschap eener hoogere, geheim-
volle magt, die men levenskracht noemt, en worden door deze ge-
dwongen het plantaardig of dierlijk ligehaam volgens een bepaald
plan te helpen opbouwen. De levenskracht is als het ware de bouw-
meester, die de teekening maakt voor het gebouw, en zorgt, dat deze
naauwkeurig gevolgd worde, terwijl het bouwen zelf door de chemi-
sche en physische processen wordt verrigt. Hierdoor ontstaan ontel-
bare nieuwe ligchamen, die wij niet in staat zijn door de kunst na te
maken, b. v. hout, suiker, zetmeel, vet, lijm, vleesch enz. Men
noemt dezelve organische verbindingen of plantaardige en dierlijke
stoffen, in tegenstelling van de anorganische of minerale ligchamen,
die wij uit hunne bestanddeelen zamenstellen en alzoo kunstmatig
namaken kunnen. Houdt echter het leven in een dier of plant op,
zoo krijgen de chemische en physische processen dc overhand en zij
alleen zijn het, welke, als de doodgravers dernatuur, maken, dat
de oude waarheid vervuld wordt: Wat van de aarde is, zal weder
tot de aarde terug keeren." De bladeren van de aardappelplant
worden geel, eindelijk bruin, zij vallen af en veranderen allengs
in eene donkere, poedervormige massa (humus) , ja in den loop dos
tijds vergaat ook deze geheel tot op een weinig asch na, welke
niet mede vlugtig kan worden. Wat hier in jaren geschiedt, gebeurt
in weinige minuten, waimeer wij de drooge bladeren in het vuur
werpen. De uitkomst is in beide gevallen gelijk, de tijd alleen,
waarin de werking volbragt wordt, verschilt ^ zij geschiedt snel als
verbranding bij sterke warmte , doch langzaam als verrotting l)ij
geringe warmte. Wat ons vernietiging toeschijnt, is echter slechts
verandering. De door verbranding of verrotting verdwenen stoffen
vinden wij, doch in eenen anderen vojm, naauwkeurig volgens
het gewigt in de lucht terug; uit deze worden zij door de in de
levende planten plaats hebbende chemische en physische werkingen
weder tot de aarde terug gebragt.
4. Wanneer wij nu uit dit alles zien, hoe de ondoorgrondelijke
1*