Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zwavel, sulphur. 101
middel gemaakt, om andere moeijelijker te ontsteken ligeliamen
tot de temperatuur te verwarmen, waarbij zij kunnen voort branden
(zwaveldradep, zwavelstokken, kruid, vuurwerken enz.). Het
aansteken van een eenvoudig steenkolenvuur toont duidelijk aan,
hoe men door trapsgewijzen overgang van gemakkelijk tot moeije-
lijker te ontvlammen brandstoffen er allengs toe geraakt, om de
laatsten tot dien warmtegraad te verhitten, waarbij zij ontvlammen
en voort branden kunnen. De door wrijving gloeijend geworden
stukjes staal van het vuurstaal doen de fijn verdeelde kool van de
tonder entglimmen; deze verhit den zwavelstok tot ontvlamming
toe en door de hitte van dezen komen eerst stroo, dan hout, ver-
volgens tarf en eindelijk de moeijelijk ontvlammende steenkolen
tot de temperatuur, welke zij tot de verbranding noodig hebben.
Men verkrijgt hierdoor de volgende schaal van ontbrandbaarheid:
kool, zwavel, stroo, hout, turf, steenkolen.
131. De zwavel is na de zuurstof het sterkste scheikundige lig-
chaam ; hij kan zich even als deze met alle andere elementen ver-
binden er. doet dit met groote neiging en kracht.
Proef. In een reageerbuisje bienge men een weinig zwavel aan
Eig. 75. koken en houde eene reep zeer dun koper in
den bruinrooden damp; het koper wordt voor
eenige oogenblikken helder gloeijend en verliest
daarbij zijne roode kleur en buigzaamheid, het
wordt graauw en broos en weegt meer dan te
voren. Het nieuw gevormde, graauwe, straalvor-
mig kristallijne ligchaam draagt den naam van
zwavclkoper. Beide elementen hebben zich, en wel
in eene bepaalde verhouding, op het innigst ver-
bonden ; zoowel de eigenschappen van den zwavel
als die van het koper zijn daarbij geheel verdwenen.
De warmte, die tot gloeijing steeg, is het gevolg der chemische
verbinding, daar ten gevolge eener natuurwet overal, waar do
ligchamen zich chemisch met elkander verbinden , ook warmte
ontstaat. In de meeste gevallen evenwel bereikt deze niet de gloei-
of verbrandingshitte.
Op dergelijke wijzen kan men bijna alle overige metalen in
zwavelmetalcn veranderen. Vele van deze vindt men echter reeds
in de aarde voorhanden, en de mijnwerkers noemen die glans of
kies. De zwavelkies, die in alle steenkolen aangetroffen wordt en
als goud blinkt, is zwavelijzer, het roode cinnaber is zwavelkwik-