Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
100 Niet-metalen, of fiieialldiden.
129. Proef. Men vuile een reageerbuisje half met zeepzieders-
loog , voege er een weinig zwavel bij, en
koke het mengsel eenigen tijd; een ge-
deelte wordt opgelost en kleurt de vloei-
stof bruingeel; deze wordt nu helder af-
gegoten , met water verdund en met azijn
vermengd. De azijn verbindt zich met
de bestanddeelen van de loog en deze
verliest dan de eigenschap de zwavel
opgelost te houden; het vocht wordt
melkachtig, daar de nedergeslagen zwa-
vel zoo ligt is, dat hij daarin eenigen tijd blijft zweven, maar na
eenige uren zet hij zich als een zeer zacht poeder op den bodem
af. Men brengt dit op een filtrum, wascht het met water uit en
droogt het bij eene zachte warmte. Het heet zwavelmelk of ge-
praecipiteerde zwavel. Deze fijne verdeeling der zwavel is daar-
door veroorzaakt, dat de afzonderlijke zwaveldeeltjes door de vele
daar tusschen liggende waterdeeltjes, bij hunne afscheiding van deze
laatsten, uit elkander gehouden werden. Zijne kleur is in dezen
toestand bijna wit, doch wordt weder geel, wanneer men ze smelt,
dewijl door het smelten de afzonderlijke deeltjes elkander weder
meer naderen en zich tot grootere deeltjes vereenigen kunnen.
Men maakt in de scheikunde van deze methode zeer veel ge-
bruik , om vaste ligchamen in het fijnste poeder te veranderen.
De oplossing van de zwavel in de loog is echter niet zoo eenvoudig,
als b. v. die van suiker in water, want er worden bij dezelve
meerdere eigenaardige verbindingen van de zwavel met de bestand-
deelen van het water gevormd; eene daarvan, zwavelwaterstof (HS),
is gasvormig en veroorzaakt den onaangcnamen reuk , die door
bijvoeging van azijn bij de zwaveloplossing ontwikkeld wordt.
130. Verhit men zwavel in een schoteltje , waartoe de lucht
vrijen toegang heeft, b. v. in een' lepel, of roert men hem met
een gloeijend ligehaam aan, zoo ontbrandt hij met eene blaauwe
vlam, d. i. verbindt zich met de zuurstof van de lucht onder ver-
schijning van vuur en vormt daarmede, zoo als vroeger (64) reeds
aangetoond is geworden, eene doordringend riekende gassoort, het
zwaveligzuur (SO»). Komt hierbij nog een aequivalent zuurstof,
zoo ontstaat het bekende, hoogst belangrijke zwavelzuur (SO,).
De eigenschap van zwavel, om bij geringe verhitting te ont-
vlammen en voort te branden, heeft hem tot het meest gewone