Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
[a
98
Niet-metalen of metallo'iden.
w
Ir''
Is.;:
'f:


^ i
reiid voorkomen, omdat het licht daar, waar het op de vlakten
der kleine kristallen valt, meer teruggekaatst wordt, dan op de
andere plaatsen , waardoor deze vlakten een sterkeren glans ver-
krijgen. Men zegt van zulke ligchamen: zij zijn kristallijn, of zij
hebben een kristallijn weefsel.
126. In de aardkorst, vooral in streken waar vulkanen zijn of
in vroegeren tijd waren, vindt men niet zelden groote lagen zwa-
vel (natuurlijke zwavel); somwijlen treft meli spleten en holten
aan, die overtrokken zijn met de schoonste kristallen, welke de
natuur in die geheimvolle diepte welligt in den loop van duizende
van jaren vormde. Deze natuurlijke zwavelkristaUen hebben eene
geheel andere gedaante dan de door smelting kunstmatig daarge-
Kg. 71. stelde. Zij hebben de gedaante van twee spitse, vier-
zijdige, aan elkander gevoegde pyramiden; zulk
eenen vorm noemt men een spits octaëder, daar men
er acht spitse driehoeken aan opmerkt. De zwavel kan
derhalve, even als de kool in diamant en gi-aphiet,
tweederlei verschillende vormen aannemen, en is dus
dimorph. Hier heeft tevens de merkwaardige bijzon-
derheid plaats , dat de eerste vorm zeer gemakkelijk
en van zelf in den tweeden overgaat. De doorschij-
nende zuilvormige kristallen, die men door smelting van zwavel
verkrijgt, worden namelijk weldra van zelf dof en ondoorschij-
nend, zonder naar het uitwendig aanzien hun vorm te verliezen;
beziet men ze echter dan door een vergrootglas, zoo bemerkt men,
dat zij uit aan elkander gevoegde octaëders bestaan , die volkomen
dezelfde gedaante hebben als de natuurlijke zwavelkristaUen.
127. Wij kunnen zelfs de verscheidenheid van vorm , waai-mede
Fig. 72. de goddelijke kracht, wier werking in de natuur
wij dikwijls zelve ;/de Natuur" noemen, vele lig-
chamen heeft begaafd, bij de zwavel nog verder
nagaan. Men vuile een reageerbuisje , dat men
door middel van een' ijzerdraad boven de wijn-
gecstlamp bevestigd heeft, met zwavelpoeder; dit
vloeit bij het smelten zoo te zamen, dat het buisje
nog slechts half gevuld blijft. De gesmolten zwavel
is eerst dun als water, maar bij verdere verhit-
ting wordt hij bruin en zoo dik en taai, dat hij
bij het omkeeren van het buisje ter naauwcrnood
uit hetzelve vloeit; nog hooger verhit, wordt hij weder geheel