Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zicavd, sulphur.
07
aan te steken gebruiken, beeft smaak noch reuk; geen' smaak
daar hij niet in water oplosbaar is. Werpt men eenig poeder van
zwavel in koud of heet water, zoo verdwijnt het daarin niet, het
lost zièh niet op. Wij bemerken altijd slechts aan zoodanige lig-
ehamen smaak , die in water en derhalve in het waterige speeksel
opgelost kunnen worden , b. v. aan keukenzout en suiker, doch
niet aan onoplosbare ligehamen, zoo als steenen, kool, zetmeel enz.
De zwavel geeft geen' reuk van zich, omdat hij bij de gewone tem-
peratuur niet verdampt. Men kan alleen reuk aan een ligehaam waar-
nemen , wanneer cr vlugtige , dus lucht- of dampvormige deeltjes
van hetzelve uitgaan en tot in het binnenste van onzen neus dringen.
124. De zwavel is smeltbaar. Men verwarme in een klein potje
van bruin aardewerk 6 N. lood zwavelpoeder door middel van eene
wijngeestlamp; het verandert, wanneer het een weinig heeter ge-
worden is dan kokend water, in eene geelachtige vloeistof. Giet
men daarvan iets in koud water, zoo verkrijgt men weder vaste
zwavel. Deze zinkt, wanneer hij eerst afgedroogd zijnde weder
in het potje gedaan wordt, in de vloeibare zwavel onder, derhalve
is vaste zwavel zwaarder dan gesmoltcne , en zoo is het met
bijna alle andere ligehamen. Met ijs is in dit opzigt het omge-
keerke het geval, het drijft op het water.
125. De zwavel is kristalliseerbaar. Men neme het kopje met
gesmolten zwavel van het vuur en late het zoo lang staan, tot er
op de oppervlakte eene dunne vaste korst ontstaan is ; deze stoote
men door en keere dan schielijk het kopje om, opdat de in het
binnenste nog vloeibare zwavel er uit vloeije. Men vindt dan de
Kg. 70. ledige ruimte geheel met lange, doorschijnende, zuil-
vormige kristallen bezet, die nevensgaande gedaante
hebben en scheeve rhombische zuilen heeten. Dit is de
tweede methode om ligehamen gekristalliseerd te krij-
gen ; zij onderscheidt zich van de kristallisatie van het
salpeter en het keukenzout (50, 52) daardoor, dat in
het eene geval de ligehamen door een oplossingsmiddel,
in het andere door de warmte vloeibaar gemaakt worden.
Laat men de zwavel rustig bekoelen, zonder er,
wanneer hij half bekoeld is, het nog vloeibare gedeelte
af te gieten, zoo wordt dit ook nog vast, en er vor-
men zich zoo vele kristallen en zoo digt op elkander,
dat er tusschen dezelve geene plaats meer ledig blijft. De digte
zwavelmassa heeft dan, wanneer men ze doorbreekt, een glinste-
7
\