Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Verbranding. So
tweeden eirkel plaats; in den buitensten cirkel
eindelijk verbrandt de koolstof. De in den mid-
delsten ring gloeijende koolstof geeft aan de
vlam de eigenschap om licht te geven, even als
de gloeijende ijzerdraad de wijngeestvlam doet
lichten. Houdt men een koud mes in het licht,
zoo wordt een gedeelte van de gloeijende kool-
stof zoo ver afgekoeld, dat zij niet verbran-
den kan, en het mes wordt met roet bedekt. Een ijzerdraad,
door de vlam heen gehouden, gloeit aan den rand het sterkst, even
als bij de wijngeestvlam, in het midden zet er zich roet aan vast.
121*. Proef. Men kan zich door eene eenvoudige proef gemak-
kelijk overtuigen, dat in de binnenste ruimte dezer vlam werkelijk
zwaar koolwatcrstofgas aanwezig is.
In eene kleine ballon van zoogenaamde gevulcaniseerde elastieke
gom (zooals de kaatsballen, die men tegenwoordig in vele speel-
goedwinkels koopen kan) make men eene kleine opening, zoodat
een pijpesteel van 3 a 4 N. duimen lang daarin luchtdigt kan ge-
stoken worden. Drukt men den bal te zamen, dan wordt al de
daarin bevatte lucht door den pijpesteel uitgedreven; houdt men
nu het uitdnde daarvan juist in de kern eener olie- of kaarsvlam
(a. fig. en laat men den bal daarop langzamerhand zijnoor-
spronkelijken vorm weder aannemen, dan vult deze zich met de
luchtsoorten, die zich in dc ruimte a bevinden. Drukt men den bal
dan weder zacht te zamen, dan worden deze door den pijpesteel
heengedreven en branden , aangestoken zijnde, met de helder lich-
tende vlam van het zware koolwaterstofgas.
Men ziet na deze proef duidelijk in, dat eene kaarsvlam eigen-
lijk het zelfde in het klein is , wat eene gasfabriek in het groot
is. In beide wordt door drooge destillatie uit vet of steenkolen
lichtgas verkregen. Het onderscheid bestaat slechts daarin, dat
bij de eerste de brandbare luchtsoorten onmiddelijk nadat zij ge-
vormd zijn verbranden, terwijl zij bij de gasverlichting eerst ge-
reinigd en door buizen naar andere plaatsen gevoerd worden en
daar verbranden.
122. Uit het voorgaande is bekend, dat de waterstof zeer ge-
makkelijk en met vlam verbrandt, de koolstof echter moeijelijk en
zonder vlam; hieruit wordt op eene eenvoudige wijze duidelijk ,
waarom onze brandstoffen slechts in het begin van de verbranding
vlam geven, later daarentegen slechts gloeijen; het is de water-