Boekgegevens
Titel: De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Auteur: Stöckhardt, J.A.; Gunning, Jan Willem
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1855
3de Nederduitsche uitg. van Stöckhardt's Schule der Chemie, bew. door J. W. Gunning
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 649 E 15
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203594
Onderwerp: Scheikunde: scheikunde: algemeen
Trefwoord: Chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De scheikunde van het onbewerktuigde en bewerktuigde rijk: bevattelijk voorgesteld en met eenvoudige proeven opgehelderd
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
Niet-metalen of metallovlen.
120. De vlam van wijngeest bestaat uit twee deelen; de bin-
Fig. 67. nenste donkere kern is wijngeestdamp, die aan eene
hooge temperatuur is bloot gesteld, zonder met de
lucht in aanraking te kunnen komen; hij wordt daar
in gassoorten ontleed , die aan den rand der vlam in
aanraking met de lucht komende, ontbranden. De
wijngeest wordt uit de lamp door de eapillariteit (106)
van het katoen opgezogen. Hij geeft slechts een
flaauw licht, omdat de luchtvormige stoffen, waarin hij bij ver-
hitting onder afsluiting der lucht vervalt, hoofdzakelijk uit ligt
koolwaterstofgas bestaan, doch het licht wordt veel sterker, wan-
neer men er een gewonden stuk ijzerdraad in houdt, of eenig
ander vast ligehaam er in brengt. Houdt men een' dunnen ijzer-
draad dwars door de vlam, zoo bemerkt men, dat deze in de kern
donker blijft en slechts op die beide plaatsen gloeit, waar hij door
het omhulsel gaat; de vlam is dus uitwendig veel heeter dan iu
het midden. De sterkste hitte is ongeveer op dé hoogte van de
streep in de teekening; dieper in de vlam mogen de zaken, die men
boven eene wijngeestlamp verwarmt, niet geplaatst worden. Op
eene duidelijke wijze kan men zich hiervan overtuigen, wanneer
men zwavelstokjes in de vlam houdt, zij ontbranden dadelijk in
den rand, in het midden daarentegen niet, of ten minste veel
later. De spitse gedaante van de vlam ontstaat door het opstijgen
van de warme luchtsoorten en door het toestroomen van koude
lucht van beneden.
121. Bij eene talk of olievlam kan men drie deelen onderschei-
Fig. 68. den: in het midden (a) de donkere kern, waar het
vet, dat in de pit is opgezogen aan eene drooge de-
stillatie wordt blootgesteld en in luchtvormige stoffen
wordt ontleed, die hier hoofdzakelijk uit zwaar kool-
waterstofgas bestaan. Daaromheen ziet men de heider-
lichtende lichtkegel (b) , bestaande uit verbrandende
waterstof innig vermengd met wit gloeijende kool,
en het buitenste (c) een dun naauwelijks bemerkbaar
omkleedsel, waarin de kool verbrandt. Denkt men
zich de vlam in het midden doorgesneden, zoo kan
men hetgeen daarin geschiedt, ongeveer op de nevens-
gaande wijze schetsen. De binnenste cirkel is koolwaterstofgas of
lichtgas; hiervan verbrandt de waterstof het eerst en de daarbij
ontwikkelde hitte maakt de koolstof gloeijend; dit heeft in den