Boekgegevens
Titel: Beknopt leerboek der planimetrie
Auteur: Kamp, H. v.d.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 682 G 43
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203584
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Planimetrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt leerboek der planimetrie
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOOFDSTUK X.
Constructies.
§ 47. Wanneer a, 5 en c gegeven lijnen zijn, kan men eene lijn —
c
constnieeren.
Noemen we die lijn x, dan moet x:a = b:c zijn.
Fig- 95.
kA.
Maak dus (fig. 95) PA = c, AB = è en PC = a. Trek BD // AC, dan
is CD = a;.
cify^cd
Wil men nu constnieeren de lijn ... , dan construeere men eerst
ef'g
h = —, zoodat we krijgen —j- , vervolgens i = —, dan wordt het —, hierna
« rg f fa
k = — , zoodat we daarna — nog hebben te constnieeren om de gevraagde
J tJ
lijn te verkregen.
§ 48. In fig. 96 is AB eene middellijn en CD op ± AC, dus CD = DE
en we weten ook CD X CE = AD X DB, of CZ)» — ABy^ DB.
We weten (LXXI): AG^ = ADxAB en PQ? — PSy.PR (LXXIV).
Van deze formules kunnen we gebruik maken bij eenige constructies.
1°. Eene lijn te constnieeren, die middenevenredig is tusschen twee ge-
geven lijnen.
De leerling voere het uit met behulp van alle 3 formules.