Boekgegevens
Titel: Beknopt leerboek der planimetrie
Auteur: Kamp, H. v.d.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 682 G 43
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203584
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Planimetrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt leerboek der planimetrie
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
= L MBA = / MBC = de helft van den hoek des veelhoeks, dus ook
/ MDC = L MBC, daar ook MCD de helft van den hoek des veelhoeks
moet zijn; eveneens CD = BC en MC = MB, dus A MCD ^ A MBC, dus
MD = MC. De cirkel moet dus ook door D gaan, enz.
2''. Daar de drie-
hoeken MAB,
MBC, MCD, enz.
^ zijn, zijn ook de
hoogtelijnen MG
=MH=MI, enz.;
dus er gaat een
cirkel door G, H, I,
enz. met M tot
middelpunt en ra-
kende aan de lijnen
AB, BC, CD, enz.,
daar deze l^nen
loodrecht staan op
MG,MH,MI, enz.
Wanneer een cir-
kel eene lyn aan-
raakt, is de afstand
van het middel-
pun t tot die ly n ge-
lijk aan den straal
des cirkels.
Moet een cirkel
dus aan twee lij-
nen raken, dan
moet het middel-
punt op gelijken
afstand van die
lijnen liggen, dus
op de lijn, die den
hoek dier Ignen
middendoor deelt
(XLV).
Oefeningen :
1. Noem de ge-
vallen op, waarin
twee driehoeken
congruent zijn.
2. Hoe liggen
twee cirkels, als