Boekgegevens
Titel: Beknopt leerboek der planimetrie
Auteur: Kamp, H. v.d.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 682 G 43
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203584
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Planimetrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt leerboek der planimetrie
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
6. Zijn twee driehoeken congruent, wanneer ze eene zijde, een aan-
liggenden en den overstaanden hoek gelijk hebben?
7. Hoe groot zijn de hoeken van een gelijkzijdigen driehoek? Hoe
groot die van een rechth. gelijkb. driehoek?
8. Wanneer in een gelijkbeenigen driehoek een der hoeken 120° is,
welke moet dit dan zyn en hoe groot zijn dan de andere?
9. Van een vierhoek zgn de zjjden
twee aan twee evenwgdig.
Bewijs , dat de overstaande zijden ge-
lijk'zgn, eveneens de overstaande hoeken,
en dat de diagonalen elkaar middendoor
deelen (fig. 27).
(Beschouw A ABC en A ADC. 'Ver-
der A BEC en A AED.)
10. Bewijs, dat in een vierhoek,
wiens diagonalen elkaar middendoor deelen, de zijden twee aan twee
evenw^dig loopen.
(Beschouw A BEC en A AED, enz. (fig. 27.)
11. ABCI) (fig. 28) is een vierhoek, waarvan twee zijden, BC en AD,

Fig. 28.
B

evenwgdig loopen,
terwijl de andere
twee niet-evenwij-
dig loopen, maar
gelijk zijn; bewijs,
dat Z A = Z D en
Z ABC = Z BCD
en dat de diagonalen
even lang zijn.
A E
(Trek CE // AB enz. Beschouw de driehoeken ACD en ABD.)
12. Hoe groot is de som van de supplementen van de hoeken eens
driehoeks ?
Fig. 29.
13. Bewijs, dut in een rechth.
driehoek met een hoek van 60° de
kleinste rechtboekszijde de helft is
van de hypotenusa.
(Verleng de kleinste rechth.zijde,
AC, door het hoekpunt van den
rechten hoek met CD = AC (fig.
29) en trek BD; wat weet ge nu
van ABD? enz.)
D
5*