Boekgegevens
Titel: Beknopt leerboek der planimetrie
Auteur: Kamp, H. v.d.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1894
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 682 G 43
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203584
Onderwerp: Wiskunde: meetkunde: algemeen
Trefwoord: Meetkunde, Planimetrie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt leerboek der planimetrie
Vorige scan Volgende scanScanned page
We dnikken dit uit door het
II. Axioilv. Als eene rechte lijn twee punten met een plat vlak gemeen
heeft, ligt ze geheel in dat platte vlak.
We zullen ons voorloopig alleen met fignren in een plat vlak bezig
houden en, om onze voorstellingen te hulp te komen, teekeningen op een
bord of een stuk papier maken, die dan den dienst van bet platte vlak
verrichten.
§ 3. Door twee elkaar snijdende lynen wordt het platte vlak, dat we
ons tot in het oneindige uitgestrekt denken, in 4 stukken verdeeld, die
Fig. 3.
B

we hoeken noemen; het teeken is /_. Men benoemt een boek met drie
letters: de middelste bij het hoekpunt, de andere bij twee punten der
beenen, n.1. een in het ééne en een in het andere been.
Bijv. (fig. 3) Z. APB of /_ BPA.
Ook ééne letter, n.1. die van bet is voldoende, wanneer daardoor
geene dubbelzinnigheid ontstaat.
Geven we één der beenen van den hoek een vasten stand, bijv. PA, en
laten we het andere
om P draaien, dan
verandert de hoek
BPA. Draaien we
in de richting
door pijl a aange-
geven, dan wordt
de hoek grootergeschiedt de draaiing in de richting van pij] iJ, dan wordt
h^ kleiner.