Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
sluiten, zijn gemoed aangrypen, zijne opmerkzaamLeid tot
zich trekken, en hem het begrijpen gemakkelijker maken,
tenvijl eene andere niets of slechts weinig van dat alles
doet. Die methode echter zal voor het openbaar onder-
wijs in de scholen de beste zijn, welke dit bij de meeste
leerlingen bewerfet. Zeer veel hangt daarbij af van de
wijze, waarop de onderwijzer de methode in toepassing
brengt, en geen onderwijzer zal iets kunnen nitrigten met
eene methode, welke hij zich niet regt eigen heeft ge-
maakt , of die liij niet goed weet toe te passen. Daarom
kan dan ook geene methode aangewezen worden, volgen»
welke ieder onderwijzer bij alle leeriingen en onder alle
omstandigheden het voortreffelijkste voortbrengt; de on-
derwijzer moet ze met verstand wgzigen naar gelang van
zich zeiven, zijne leerlingen en de omstandigheden. Het
laatste is steeds bovenal noodzakelijk; want anders zoude hij
misschien met ajne methode zoo min mogelijk uitrigten.
Van alle wegen, die men kan inslaan, is er altijd een, die
het zekerst, een andere, die het gemakkelijkst, een der-
de, die het scliielijkst tot het voorgestelde doel leidt;
maar er kan ook wel een zijn, die verscheidene of zelf»
al deze voordeden in zich vereenigt.
De toekenkunst is zonder tegenspraak van het hoogste
belang, en er zullen slechts zeer weinig menschen zijn, die
in waarheid van zich zclven zouden durven beweren, dat zij
hun geheel ovortolUg is. Als middel om voorwerpen voor
te stollen, is het teekenen onschatbaar. Eene teekening en
een paar woorden tot opheldering nemen niet alleen dik-
wijls de plaats van eene uitvoerige beschrijving in; maar
zij laten in den regel eene veel grooterc aanschouwelijk-
heid, en daarom eene duidelijkheid toe, die door eene
enkele beschrijving onmogelijk kan bereilit worden, WoHi
ccne menigte woorden zoude men moeten gebruikeu, ia-