Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
5!)
mengestclde ligchamen, en ook nog bij enkele werktui-
gen, met arcéringen maken, om deze dan langzamerhand
meer en meer door den doezelaar te vervangen. De tee-
keningen van ornamenten worden dan veelal met den doe-
zelaar nagenoeg afgewerkt, terwjl daarna met de teeken-
pen met zwart en 'wit krijt de omtrekken duidelijker ge-
maakt en enkele arcéringen gelegd worden, die dan veel
bijdragen om het geheel beter te doen uitkomen. Deze
methode heeft tot uitmuntende resultaten geleid. "Van de
teekeningen van werktuigen en ornamenten, op deze wijze
vervaardigd door knapen, die slechts gedurende ander-
half jaar hebben leeren teekenen, laten de meeste weinig
of niets te wenschen over, en het is vooral opmerkelijk,
in hoe geringen tijd eene zeer goede teekening kan afge-
werkt worden. Het is niet onbelangrijk hierbij nog op
te merken, dat die leerlingen , welke geen teekenen ge-
leerd hebben, alvorens tot de methode van Dupuis over
te gaan, gewoonlijk de meeste vorderingen maken. Som-
tijds gebeurde het, dat leerlingen buiten het teekenonder-
wijs in het Athenaeum te huis nog bijzondere lessen had-
den, waarin zij volgens de gewone methode naar voor-
beelden teekenden; en deze waren het gewoonlijk, die bij
de anderen achterbleven, zoowel wat aangaat het schet-
sen, als het juist opmerken en aanbrengen der schadu-
wen, al mogten zij dan ook meerdere vaardigheid heb-
ben in het maken van fraaije arcéringen.
In het begin van het 3°. schooljaar hebben de leerlin-
gen op gelijke wijze het teekenen van moeijelijker orna-
menten en werktuigen voortgezet, terwjl zij dan tevens
overgingen tot het regtüjnig teekenen met passer en liniaal.
Men zal hier misschien de opmerking maken, dat aan
het eerste gedeelte van den cursus van Alexander Du-
puis , het teekenen van koppen en menschenbeelden, niets