Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
Sedert Paschen 1849 is deze methode ook bij de ste-
delijke Gewerhschule te Berlijn, voorloopig slechts in de la-
gere klassen, ingevoerd, en wordt door den Heer Professor
Edu.uid Eichexs met voorzigtigheid en ijver in toepassing
gebragt. Hij heeft door een klein, bij het programma der
school gevoegd geschrift: Die Methode des industriellen
Zeichenunterrichts der Gehr. F. und A. Dupuis , het een en
ander dienaangaande medegedeeld. Op verzoek der stedelijke
regering onderwijst hij sedert dien tijd ook aan de her-
halingschool voor handwerkslieden, die bij de Dorotheën-
stadtsche stadsschool behoort, het teekenen volgens deze
methode, en is zeer tevreden met de gevolgen. Tevens
heeft liij voor den zomer eenen bijzonderen cursus ge-
opend, die echter nog niet de gewensehte deelneming on-
denonden heeft, hetgeen wel meer aan de onbekendlieid
van het publiek met de zaak, dan aan de ongunstige
tijdsomstandigheden zal moeten worden toegeschreven.
Staat ons dus bij onze beoordeeling slechts geringe
eigene ondervinding ter zijde, zoo zijn toch de 20-jari-
ge ondervinding van een naburig land en het oordeel
van zijne hoogste wetenschappelijke autoriteiten en uit-
stekendste kunstenaars van oneindig meer gewigt, dan
onze eigene ondervinding het ooit zoude kunnen zijn. Zij
nemen zeker op eene voldoende wijze dat gebrek weg.
"Wat kan nu in Duitschland geschieden, om deze naar
onze innige overtidging voortreffelijkste methode van
teekenonderwijs algemeen te maken? Hoe wenschehjk
het ook zoude zijn, ze algemeen te zien invoeren, zoo
zijn wij toch niet jong genoeg meer, om ons met zulk
eene hoop te vleijen. Het grootste gedeelte der men-
schen, vooral op zekeren leeftijd, neemt ongaarne af-
scheid van oude gewoonten; met eene nieuwe methode
moet men'in zeker opzigt opgroeijen, en de oude vergeten.