Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
liet geometrisch en perspectivisch lijnteekenen, in liet tee-
kenen van koppen en geheele mensehelijke figuren, van
ornamenten, en in het boetseren in klei. Nadat zij eenen
tijd lang bestaan had, benoemde de stedelijke regering
eene commissie, waarin zich de Ileeren Arago, Boülay
de la Meurthe en anderen bevonden, om den toestand
cn de voortbrengselen dier school nader te onderzoeken.
Hun verslag was eveneens allergunstigst. Zij zeggen op
het einde; „ De Heer Dupuis heeft ook op eigene ge-
legenheid verscheidene bijzondere teekenscholen opgerigt,
en steeds hebben de vorderingen zijner leerlingen de
voortreffelijkheid zijner methode bewezen; maar nog nim-
mer hadden zij eene zoo beslissende proef door te staan,
als sedert vier maanden in de door hom voor werklieden
opgerigte kostelooze teekenschool, en nog nimmer heeft
hij zijne moeite met een zoo groot en juist gevolg be-
kroond gezien, hetzij men op het doel dezer inrigting,
of op de vorderingen en het aantal der leerlingen acht
geve. Naauwelijks was deze school geopend, die 230
leerlingen bevatten kon, of in een oogenblik was zij vol;
thans zijn 380 leerlingen op de lijst ingeschreven, en
meer dan 200 verlangen nog te worden toegelaten; de
Prefect en verscheidene leden van den stedelijken Raad
hebben zich persoonlijk kunnen overtuigen van eenen
uitslag, die alle verwachting te boven ging." — De stad
Parijs draagt de kosten der verwarming, verlichting en
schoolbehoeften dezer inrigting, jaarlijks ten bedrage van
4250 francs. In het jaar 1838 stond de stedelijke Re-
gering te Parijs 25,750 francs toe voor teekenscholen,
waarin kosteloos onderwijs aan jonge werklieden, als
ook aan meisjes en vrouwen uit de arbeidende klas-
se, gegeven werd, meestal des avonds, zonder daarbij
te rekenen de sommen voor middelbare cn lanrere scho-