Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
Kien, hoe ver zij nog daarachter gebleven zijn, doch die
zij niet mogen nateekenen. Ten tweede zullen er onder
een groot aantal leerlingen altijd eenige zijn, die door
natuurlijken aanleg, of langer onderwijs, zuivere en fraaije
teekeningen leveren, of ten minste zulke, die zeer goed
kunnen dienen, om te toonen, hoever anderen daar nog
bij ten achteren zijn, en die betere leerlingen kan de on-
derwijzer door bijzondere bemoeijingen verder vooruit hel-
pen. Ten derde zal het toch zeldzaam gebeuren, dat een
leerling, die lust in het teekenen heeft, geene andere af-
beeldingen ziet, en op zijn gemak beschouwt, dan die,
welke in de teekenles gemaakt worden. Is dan de we-
reld zoo arm aan teekeningen? Ziet hij ze niet bij dui-
zenden van allerlei aard in boeken, tegen de muren, in
winkels, enz.; en als hij daaronder voorwerpen vindt j
die hij ook geteekend heeft, zal hij dan geene vergelijking
maken tusschen zijn werk en dat, wat hij nu ziet? Men
mag nooit vergeten, dat de school slechts een middel tot
vorming is; de wereld is het tweede.
Zoo dus de methode zich voornamelijk een snel teeke-
nen ten doel stelt, zoo sluit zij toch, naar onze mee-
ning, de zuiverheid en schoonheid niet uit. Het schie-
lijk teekenen is echter stellig een voordeel, en in dit op-
zigt veroorloven wij ons nog eenige woorden over het
schoon teekenen hierbij te voegen.
Het teekenen neemt, zooals wij boven reeds gezegd
hebben, en in het bijzonder bij technische kunsten dik-
wijls met groot voordeel, de plaats in van het schrij-
ven , en stelt de gedachten veel duidelijker voor, dan zulks
alleen door woorden kan geschieden. Nu verlangt men
geenszins van ieder, die ons schriftelijk eene beschrijving
geeft van een voorwerp, dat deze ook calligraphisch ge-
schreven zij. In honderd gev^vUen is dit misschien één-