Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
omtrekken voor, benevens de voornaamste oppervlakkenj
het profiel van het voorhoofd tot de kin wordt door
Genen stompon hoek voorgesteld, die met de punt van
den neus zamonvalt. Oogen, ooren, mond, neus en haren
zijn evenmin uitgedrukt, als de spieren. De leerling heeft
een blok voor zich, dat eene nog niet uitgewerkte buste
voorstelt. Hij moet vooreerst slechts de omtrekken en
de voornaamste verhoudingen in het algemeen leeren op-
merken en afbeelden, zonder door byzonderheden daar-
van afgeleid te worden. Dit gedeelte vormt een' zeer goe-
den overgang van het perspectief-lijnteekenen, en de
leerling bemerkt in hot begin naauwolijks, dat hij zich op
een ander terrein bevindt, daar hij bij het teekenen dezer
modellen evenzoo te werk gaat, als hij tot nog toe ge-
woon was. Met schaduwen houdt hij zich eerst dan be-
zig, wanneer hij op papier teekent, dat is, wanneer hij
eenige zekerheid in de omtrokken verkregen heeft. Daar
deze busten van alle kanten geteekend worden, zoo ver-
schaffen zij eene uiterst rijke stof tot oefening.
De leerling gaat nu over tot de busten der tweede
afdeeling. Zij stellen dezelfde koppen voor; maar de mo-
dellen bevatten de vier verdeelingen van het hoofd, na-
melijk het achterhoofd tot aan het begin dor haren, het
voorhoofd tot aan de wenkbraauwen, de neus nog niet
uitgewerkt, cn het onderste gedeelte met enkele aanwij-
zing van den mond, zoodat deze afdeelingen zich vertoo-
nen als gebogene oppervlakken, en de hoofdvormen slechts
aangewezen zijn. De uitvoering in de teekening vordert
jju reeds meer lijnon, die echter nog steeds in onmiddel-
lijk verband met het geheel gezien worden. De leerling
kan zelfs deze lijnen in zijne teekeningen van de eerste
jifdceling brengen, cn zal zoodoende zonder verdere ver-
kViring de indeeling van het hoofd bemerken.