Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
oog als de hand. De onderwijzer late zich echter voor-
al niet verleiden, om zich te haasten. De leerlingen wil-
len gaarne met een nieuw voorwerp bezig zijn, en zoo
zij vroeger reeds naar voorbeelden geteekend hebben,
spijt het hun wel, dat zij geene teckeningen maken, die
zij aan hunne ouders kunnen vertoonen. Hoe bijzonder
veel er echter bij gewonnen is, als de leerling elke de-
zer figuren, in welken stand zij zich ook bevinden, juist
kan nateekcnen, blijkt bij het minste nadenken.
De overige figuren dezer afdeeling bestaan uit vierkante
houten staven van de dikte van een duim. Zij vormen
geslotene figuren, gedeeltelijk kromlijnig, of zooals zij als
versieringen van gothische vensters voorkomen; doch de
figuur is steeds vlak, met een plat oppervlak en scher-
pe kanten. Deze modellen worden niet meer als enkele
lijnen geteekend, maar met alle kanten, voor zoo verre
deze zich aan het oog vertoonen en niet bedekt worden.
De breedte en dikte der houten staven moeten in de
figuur duidelijk blijken, juist zooals men ze ziet. Wan-
neer de leerlingen vlugheid verkregen hebben in het ma-
ken der omtrekken, kunnen die vlakken, welke in de
schaduw gelegen zijn, ook als een eerste begin, met
schaduw voorzien worden. Doch daartoe is het beter,
op het zwarte teekenbord een gekleurd papier te legg«n,
en daarop met zwart krijt te teekenen. De leerlingen
moeten dan hun best doen, de schaduwen zoo te teeke-
nen, als zij in de natuur zijn. Dit geschiedt het beste
door evenwijdige arceringen, die vervolgens met den
doezelaar kunnen ineen gewreven worden. De lichtste
plaatsen kan men door wit krijt doen uitkomen. Hier-
door wordt het oog van den leerling van het begin af
aan geoefend in de opvatting van de werking van het
licht. De gebroeders Dupuis gebruiken bij het schadu-
2*