Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
zer verandert den stand van de staaf'. Is deze nu van
voren naar achteren schuins opgaande gerigt, dan is het
mogelijk, dat zij, verlengd zijnde, het oog van eenen der
leerlingen zoude ontmoeten. Deze ziet haar dan als een
punt; die naast hem zitten als eene korte lijn; die wat
verder zitten, een weinig langer, enz. Om den leerlin-
gen dit regt duidelijk te maken, neemt de onderwijzer
een aan een wit touw hangend gewigt, laat dit van het
voorste uiteinde van de staaf afhangen, en een tweede
van het achterste einde. De schijnbare afstand van de
beide draden is de maat van de schijnbare lengte van
de staaf, die de leerlingen met behulp van de horizon-
taal op eenigen afstand van het oog gehoudene teekenpen
en een verlengstuk, dat zij daarin plaatsen, kunnen op-
nemen. Daardoor wordt hunne aandacht op de verkor-
ting van de staaf gevestigd. Vervolgens houdt de on-
derwijzer met beide handen het touw horizontaal voor
het voorste uiteinde van de staaf, en laat de leerlingen
waarnemen, hoever het achterste uiteinde van deze hori-
zontale lijn verwijderd is. Nu moeten de leerlingen op
hun bord twee elkander kruisende horizontale en verti-
cale lijnen ligt aanduiden, en van het snijpunt af nemen
zij de waargenomene afstanden op beide lijnen regts of
links van de loodregte lijn, al naar gelang zij de staaf
gezien hebben, en trachten de lijn van de staaf in zoo-
danigen stand te teekenen, als zij die van den horizon-
talen en loodregten stand hebben zien afwijken. Na
eenige oefeningen gelukt dit meer of minder goed. Ieder
zal de lijn in eene andere grootte en in eenen anderen
stand gezien hebben, maar hoogstens één ziet dezelve
als een punt. Deze oefening moet herhaald worden, tot
de lijn met vlugheid en juistheid kan worden voorgesteld,
zooals zich de staaf vertoont. jUs de leerlingen van