Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
en flaauwer geteekend moeten worden, naarmate zij in
de werkelijkheid verder van ons verwijderd zijn. Dat
was iets, maar het was lang niet genoeg, om er veel
mede uit te rigten; want de grond van den regel bleef
onbekend, en hij deed zich voor als eene willekeurige
overeenkomst, waarnaar men zich voegen moest. Op
het zien had dit geen' invloed, en het oog bleef even
ongeoefend als vroeger. Zoo was het dan natuurlijk,
dat de meesten wel is waar een voorbeeld, dikwijls
zeer netjes en juist, leerden nateekenen, maar van geen
voorwerp, dat in werkelijkheid hun voorgelegd werd,
eene juiste teekening wisten te maken. Hierdoor ging
echter het eigenlijke doel van het teekenen verloren;
want het enkele kopiëren van eene teekening heeft slechts
eene ondergeschikte waarde, hoe wenschelijk het in vele
gevallen ook zijn moge. Het was een gebrek in de me-
thode. In plaats van het oog te oefenen, opdat de hand
datgene, wat het oog zag, zoude voorstellen, oefende
men de hand, opdat het oog goed zoude leeren zien, of
liever, — daar het oog steeds juist ziet, en het slechts
het verstand is, dat ons op den dwaalweg helpt — op-
dat men zich duidelijk bewust zou worden, wat men
eigenlijk ziet.
Peter Schmid gevoelde dit gebrek der gewone methode
zeer wel; maar hij nam het slechts gedeeltelijk weg. Hij
plaatste meetkundige, uit gips vervaardigde ligchamen voor
de leerlingen, en liet ze, zooals zij zich aan het oog voor-
deden , nateekenen, eerst afzonderlijk, later groepsgewijze.
Dat was eene zeer goede oefening; doch daar hij zich tot
een te klein getal ligchamen bepaalde, en de teekeningen
met dc uiterste naauwkeurigheid liet uitvoeren, zoo was
zij niet voldoende, hoeveel tijd er ook aan besteed werd.
Het duui-dü lang, eer de groep van alle ligehamcü te zui-