Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
/
even gi-oot, als het nabijgelegene. Zelfs een groot ge-
deelte der Cliinesche en Japansche teekeningen zijn niet
anders, zooals men dit overal ziet, waar de kunst zich
op een lagen trap van ont^vikkeling bevindt.
Men kan zeker langs eenen wetenschappelijken weg door
projectieleer en perspectief, of nog algemeener door be-
schrijvende meetkunde, ontwikkelen, hoe zich lijnen, vlak-
ken en ligchamen op een projeetievlak moeten vertoonen.
Daarbij wordt echter een gedeelte der leer van het licht
en meer kennis van meetkunde gevorderd, dan de meesto
eerstbeginnenden hebben; en bovendien zijn ook slechts
de eenvoudigste gevaüen eenvoudig en gemakkelijk, ter-
wijl de moeijelijkere tot hunne constructie een zoo groot
aantal van lijnen vorderen, dat iemand, die daarin niet
zeer ervaren is, ligt in de war geraakt. De mensch leert
eerst spreken, en vervolgens de taalkunde; cvenzoo is het
ook beter, eerst te leeren teekenen, en daarna over te
gaan tot de projectieleer en de perspectief, die niets
anders zijn, dan de taalkunde van het teekenen.
Er bleef dus niets over, dan den knaap eerst te lee-
ren zien, en daarna te leeren teekenen; maar liierin is
juist de groote zwarigheid gelegen; want hij vermeent te
teekenen zooals hij ziet; doch hij teekent niet zooals
liij ziet, maar zooals hij zich het voorwerp denkt, zon-
der het onderscheid op te merken. Ziet hij b. v. een
venster van ter zijde, zoo vertoont dit zich aan hem niet
als een regthoek; maar hij teekent het toch als zoodanig,
omdat hij weet dat het een regthoek is, en omdat hij ge-
looft, dat hij het ook zoo ziet; want het komt hem niet
in de 'gedachte, dat liij het voorwerp anders ziet, dan
het inderdaad is.
Hoewel het niet ontbreekt aan middelen, om enkelen
tot een bewustzijn tc brengen vau hetgeen zij zien, waar-