Boekgegevens
Titel: De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Auteur: Steyn Parvé, Daniel Jan; Klöden
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en Zoon, 1852
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. U b 11
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203572
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: tekenkunst: algemeen
Trefwoord: Tekenen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De methode van teekenonderwijs van de Gebr. F. en A. Dupuis, en hare invoering in het Koninklijk Athenaeum te Maastricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
20 oefeningen. Gaan wij nu na, hoe men tot nog toé
met die oefeningen gehandeld heeft.
1.) De oefening van het oog.
Hoewel wij de voorwerpen inderdaad slechts naast el-
kander zien, zoo vormt zich tocli van onze vroegste jeugd
af aan de schijn, alsof wij ze achter elkander zagen.
Wij meenen geen vlak, maar eene diepe ruimte te zien,
en daar wij bemerken, dat de voorwerpen voor ons zicli
werkelijk op verschillende afstanden bevinden, zoo be-
vestigt zich die schijn, en klimt door oefening van het
oog zelfs zoo hoog, dat wij daardoor den afstand van
een voorwerp tot ons schatten kunnen.
De eerstbeginnende geraakt hierdoor in eene niet ge-
ringe verlegenheid. Hij moet een Hgchaam voorstellen
op een vlak, dat geen diepte heeft, en daar liij de dikte
van het ligchaam meent te zien, weet hij niet waar liij
die laten zal. Moet hij b. v. eenen bol voorstellen, dan
zal hij toch in het beste geval niets tot stand brengen
dan eenen cirkel. Wil liij andere voorwerpen afbeelden,
dan toont zich doorgaans de ongeoefendheid van zijn
oog. Hij bemerkt niet het perspectivisch wijken der lij-
nen, liet kleiner worden der meer verwijderde voorwer-
pen, en wel zoo veel te minder, naarmate zijn oog
meer geoefend is in het schatten van dien afstand; hij
bemerkt naauwolijks, dat de kleur en de schaduw tegelijk
met den afstand verminderen, hoogstens zal hem de uit-
werking der luchtperspectief treiFen. Dat de voorwer-
pen elkander gedeeltelijk bedekken, lioudt liij voor eene
toevalligheid, die liij bij het teekenen vermijden wil.
Daarom teekenen kinderen alles, wat achter elkander
staan moet, naast of boven elkander, en het verwijderde