Boekgegevens
Titel: De zeestraat van 's Hage naar Scheveningen
Auteur: Huygens, Constantijn; La Lau, J.G.
Uitgave: 's Gravenhage en Amsterdam: Gebr. Van Cleef, 1838
Leyden: J.G. La Lau
op nieuw uitg., naar hedendaagsche taal en spelling gewijzigd en met eenige aanteekeningen voorzien
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1239 G 29
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203544
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De zeestraat van 's Hage naar Scheveningen
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
De meeninge soude zijn, Eenen Steen-wegh Tan kantelingen
Klinckaert te maken van de Brugge Tan't Noordeinde af tot aen
de Huysen Tan SeheTeningh, ende Tan daer Tcrvolgens de
Slraet Tan 't Dorp , tot op het Plein Toor de Kerck , 't welck
met eenen , ende uyt de selTe hand soude gestraett werden.
Daer zijn Meesters van gcToelen , dat de Breedte Tan desen
Steen-wegh op anderhalTe Roede soude können bestaen , ende
dat men te Tergeefs, tot het wisselen Tan de wagens, om
meerder ruymte wil Terlegen zijn, dewijle, seggen sy, Tan de
Steen-strate neffens de Boomen Tan't Voorhout doorgaens naeu-
welicks de middelste f deelen werden gebruyckt. Ende soude
sulcks in der daed te kosten Tan het werck merckelick ver-
lichten.
Maer, mijns bedunckens, naer dien soodanige aensieniicke
wercken, niet alleen haer gebruyck , maer oock haer statelick
ende onbekrompen gebruyck dienen te hebben , ende de on-
kosten , daer ick terstond af spreken sal geensints soo swaer en
Tallen, dat soo goeden Struyve om een Ey bedorven soude be-
hooren te werden, soude men 't, even als in 't Voorhout, op
de volle twee Roeden, ofte 24 voet Breedte dienen te uemeD.
Om het werck te Tersekeren soude dese Breedte ten wederzij-
den gesloten werden, met een Scheeps-plancke, ende die met
Paeltjens gelijcks de Strate aengesett, ende TOorts aeogesand
naer den eisch.
Hier werdt Tan Klinckaert gesproken , ende niet van Straet-
steen; eensdeels om het gemack van *t gebruyck , ende ten an-
deren om den minsten kost, makende ons de dagelicksche on-
dervindinge bekent, soo alhier in den Hage, daer het gery
onendigh is, als in eenige Dorpen hier ontrent,dat soodanigen
Strate seer bestendigh , ende , mits een weynigh sorghvuldigh
onderhouds (daer van mede sal gesproken werden) een' lange
ïuenighte van Jaren kan bestaen; wel verstaende , dat daer toe