Boekgegevens
Titel: De vrijheid van onderwijs, het schrikbeeld dezer dagen: een wenk voor allen die het wel met het vaderland meenen
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1848
[S.l.]: M.J. Portielje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. M a 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203532
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Vrijheid van onderwijs, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrijheid van onderwijs, het schrikbeeld dezer dagen: een wenk voor allen die het wel met het vaderland meenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 7 —
niet bestaan, wanneer de vrijheid geene banden kent,
wanneer de gelijkheid de bezittingen wil verdeelen,
wanneer broederschap bij allen gelijke aanspraken wil
doen gelden. En toch zou zulk eene maatschappij vol-
maakt, maar ook een Utopia wezen, waarin de vrij-
heid door billijke wetten bepaald, de gelijkheid het
rigtsnoer van de billijkheid der Wet, de broederschap
de zedelijke band was, die zulk eene vrijheid aan zoo-
danig eene gelijkheid verbond. Ik noem zulk eene
toestand eener maatschappij een Utopia, dewijl twee
magtige vijanden in elke maatschappij er zich steeds
te veel tegen verzetten, om haar tot volmaking te
brengen: de eerste is de onvolmaaktheid van alles wat
menschelijk is, waardoor volmaakte wettei\ onbestaan-
baar zijn, en de tweede is het menschelijk egoïsmus,
waardoor de beste wetten en verordeningen van hare
oorspronkelijke bedoelingen van lieverlede ontaarden.
Zal dus eene maatschappij naar volmaaktheid streven
en uit - en inwendig op den trap der verbetering voor-
waarts gaan, dan moeten vrijheid, gelijkheid en broe-
derschap niet als oorzaak aangewend worden, maar
zij moeten een gevolg zijn van den toestand van zulk
eene maatschappij, en iets anders moet oorzaak we-
zen. Dit nu kan niets anders zijn dan de verlichting,
de zedelijkheid en het godsdienstgevoel der natie; deze
alleen, die waarheid, regt en deugd verspreiden, zul-
len de ware vrijheid, gelijkheid en broederschap aan-
brengen.
Van deze beschouwing uitgaande, zien wij dadelijk,
dat het volksgeluk minder afhankelijk is van wetten
en verordeningen, dan van den intellectuëelen toe-
stand der natie, maar dat veeleer het streven naar