Boekgegevens
Titel: De vrijheid van onderwijs, het schrikbeeld dezer dagen: een wenk voor allen die het wel met het vaderland meenen
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1848
[S.l.]: M.J. Portielje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. M a 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203532
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Vrijheid van onderwijs, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrijheid van onderwijs, het schrikbeeld dezer dagen: een wenk voor allen die het wel met het vaderland meenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 22 —
liinderd broeders tegen• broeders wapenen, godsdienst-
haat en onverdraagzaamheid verspreiden, en blinde vol-
gelingen aankweeken, die hunne leerstellingen omhel-
zen. Dan kunnen zij, sterk door hun aantal, veiliger
in het strijdperk treden, en een strijd op leven en
dood wagen om de ontwikkeling der menschheid tot
stilstand en dus tot teruggang te brengen. Gewis
ook voor de protestantsche Ultra's is het eene hoogst
aangename tijding geweest, dat de vrijheid van onder-
wijs van wege de staatscommissie in het concept der
nieuwe grondwet is voorgesteld.
Eindelijk nog zijn het de staatkundige Ultra's die
de vrijheid van onderwijs huldigen. Vooringenomen-
heid met een geliefd denkbeeld is vaak eene oorzaak,
waardoor men het wezentlijk goede, dat buiten dat
denkbeeld ligt, voorbij ziet. Hij, die zich door zijne
hartstogten laat medeslepen, denkt en handelt niet
overeenkomstig de beginselen, die door de gezonde
rede gepredikt worden. Met ter zijde stelling van alle
onedele bedoelingen bij die partijën, vinden wij het
dus natuurlijk, dat zij hunne leus van vrijheid ook tot
het onderwijs willen uitstrekken. Maar zijn hunne
bedoelingen onedel, en is het een revolutionaire geest,
die hen bezielt, dan juist kunnen zij hunne heillooze
plannen niet beter bouwen dan op de vrijheid van on-
derwijs.
Hebben wij' dus nagegaan wie het zijn die de vrij-
heid van onderwijs willen, dan komt natuurlijk de
vraag bij menigeen op: Hoe is het mogelijk, dat
zulke hooggeplaatste en achtingswaardige mannen als
de leden der'commissie tot herziening der grondwet
met eene pennestreek het gebouw willen omverwerpen,