Boekgegevens
Titel: De vrijheid van onderwijs, het schrikbeeld dezer dagen: een wenk voor allen die het wel met het vaderland meenen
Auteur: Hoeven, A. van der
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. Meijer, 1848
[S.l.]: M.J. Portielje
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Br. M a 21
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203532
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Vrijheid van onderwijs, Nederland
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrijheid van onderwijs, het schrikbeeld dezer dagen: een wenk voor allen die het wel met het vaderland meenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
betere wetten het gevolg is en moet zijn van de hoo-
gere beschaving, die zij geniet. Hoe onbeschaafder
eene natie is, hoe bekrompener wetten zij heeft, en
omgekeerd, hoe meer zij in ware verlichting en zede-
lijkheid toeneemt, hoe billijker wetten zij in het aan-
wezen zal roepen.
Het is derhalve eene dure pligt van elke regering
om verlichting, zedelijkheid en godsdienstzin te bevor-
deren, indien het haar om het ware volksgeluk te
doen is, en elke poging die zij daartoe aanwendt, zal
de natie veredelen , en eene magtige bijdrage zijn tot
haar stoffelijk geluk.
Onder de verschillende middelen, die den Staat daar-
toe ter dienste staan, bekleedt zijne behartiging van
de belangen van het openbare onderwijs, eene voor-
name plaats. Teregt begreep de Wetgever zulks in
onze Grondwet van 1814, waarbij het openbare on-
derwijs een aanhoudend voorwerp van de zorg der
regering genoemd wordt. Tot het houden van een
naauwkeurig toezigt op het onderwijs is zij zelfs ten
duurste verpligt; want in de opvoeding der jeugd ligt
het beginsel tot de vorming van goede Staatsburgers.
Wil zij gehoorzaamheid aan de Wet, om daardoor
de maatschappelijke belangen te kunnen handhaven ,
dan moet zij de beschaving en zedelijkheid naar haar
vermogen bevorderen, en toezien, dat niet reeds in
de jeugdige harten zaden worden gestrooid, die de
rampzaligste vruchten kunnen dragen. Wanneer in
den Staat de onbepaalde vrijheid bestaat, om aan het
opkomende geslacht allei'lei bontkleurige -beginselen in
te prenten, beginselen die de rust der maatschappij,
of de echte godsdienstigheid der natie in gevaar bren-