Boekgegevens
Titel: Orpheus onder de jeugd, of gezangen, oefeningen en spelen, ten dienste van kinder-bewaarscholen en huisgezinnen: zijnde tevens eene uitgelezene verzameling van eenvoudige en gemakkelijke melodijen op cijfers; voorafgegaan door eene korte verklaring van het zingen naar cijfers
Auteur: Kingma, Fokke Yntes
Uitgave: Leeuwarden, Nijkerk, Amersfoort en Dordrecht: P. Burggraaff, I.J. Malga, W.L. Okhuijzen en H. Lagerweij, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-364
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203515
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Muziekwerken (vorm), Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Orpheus onder de jeugd, of gezangen, oefeningen en spelen, ten dienste van kinder-bewaarscholen en huisgezinnen: zijnde tevens eene uitgelezene verzameling van eenvoudige en gemakkelijke melodijen op cijfers; voorafgegaan door eene korte verklaring van het zingen naar cijfers
Vorige scan Volgende scanScanned page
'smans woorden geen geloof te willer- , cf betere,e
voor in de plaals te willen sleliea.
» Het zingen" zegt bij » uit verschiilende gTondionnen
is, gelijk ieder zanger en zangmeester weet, zeer moe
jelijk. Zingt men uit C groote terts, zoo sLaat bi] de
klaviersleutïl de noct van den grondtoon cp de eers
üf onderste lijn van bet lijnstelsel, bij & groote ter
staat dezelve op de derde, bij F groote terts tussche
de tweede en de derde, b'j A groote terts lusschen <
derde ea vierde, bij D groote terts op de vierde, 1
E groote terts op de tweede lijn, en zoo vervolgens*
» Xaar bet onderj^cheid der kiankiadders, waaruit m
moet zingen, verkrijgen ds noten der tooEea, wel
gezongen znllen worden, niet alleen eenen verschille
den stand op hel lijnstelsel, maar naar dit onderiche
ontvangen ook sommige nolen, welker getal nu ire
en dan minder is, een bijzonder muzikaal vooizeïs
(door tó en b) ofschoon de iniervailen bij alle k!an
ladders dezelfJe zijn. Lr wordt eene zeer langdur
beoefening tce vereischt, om in het vaïïen Jer to"*:
van de onderscheiden' klankladders de vcreiscbte va
digheid en vastheid te verkrijgen. Eij e-Le nieuwe kla
ladder, waartoe men in het Leoerenca vna het zin
overgaat, doen zich altijd weder dezelfde mr^eij^rijkh
op, welke men bij de voorgaande hc.d te overwina
terwül men telkens verpliiit is, om zich op de kennis
t I O ' 1 .
den nieuwen stand der roten ea aan ue nieuwe betee
nis der intervailen toe te g^ve a:ï3