Boekgegevens
Titel: Orpheus onder de jeugd, of gezangen, oefeningen en spelen, ten dienste van kinder-bewaarscholen en huisgezinnen: zijnde tevens eene uitgelezene verzameling van eenvoudige en gemakkelijke melodijen op cijfers; voorafgegaan door eene korte verklaring van het zingen naar cijfers
Auteur: Kingma, Fokke Yntes
Uitgave: Leeuwarden, Nijkerk, Amersfoort en Dordrecht: P. Burggraaff, I.J. Malga, W.L. Okhuijzen en H. Lagerweij, 1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-364
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203515
Onderwerp: Theaterwetenschap, muziekwetenschap: vocale muziek
Trefwoord: Muziekwerken (vorm), Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Orpheus onder de jeugd, of gezangen, oefeningen en spelen, ten dienste van kinder-bewaarscholen en huisgezinnen: zijnde tevens eene uitgelezene verzameling van eenvoudige en gemakkelijke melodijen op cijfers; voorafgegaan door eene korte verklaring van het zingen naar cijfers
Vorige scan Volgende scanScanned page
156
wolvin, <]ic het Vind van achteieu aau de klecdcren
vatte en naar het hosch sleepte. De moeder, die dit
in de verte zag, begon verschrikkelijk te schreeuwcu;
.doch de wolvin liep evenwel spoedig met het kind
weg in het bosch.
Verbeeld u, liefjes! den angst eu schrik der arme
pioeder. Zij hield haar kind voor verloren. Geheel
ontsteld, liep zij naar het dorp en bragt a! de boereu op
de been, om zich met haar naar het bosch te spoeden Jen'
haar kind te redden.
Ofschoon er nu weinig hoop was om het kind nog
levcjid weêr te vinden, spoedde zEc.h toch het gansche
dorp naar het bosch en zocht in hetzelve allervvege rond.
De wolvin had, terwijl de moeder naar het dorp ge-
gaan was en de boeren kwamen, het kind in eene dig[e
wildernis gebragt, alwaar hare jongen lagen. Zij had
het daar nedergelegd en was weder op eenen anderen
xoof uitgegaan. Het kind was nog onbeschadigd ?n had
zelfs den houten lepel nog in de hand. De jonge wolven
kwamen voor den dag en wilden het kind eten. Het
kind wilde ontvlugten, maar kon niet door de digtc
struiken komen; daarom plaatste het zich met den rug
tegen eenen boom en verweerde zich met den lepel. Hoe
«oudt gij gedaan hebben? En hoe beschikte God het
verder? God beschikte het zoodanig, dat er spoedig
Jiulp kwam. Een man, die door dit bosch ging, was
van den regten weg afgedwaald en in de wildernis ïiC-