Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
kan u haar niet uitleveren, omdat zij een koning tot zoon
heeft; bovendien geloof ik niet, dat uwe beschuldiging waar
is." Nu trad de afgezant Guntram de Booze vooruit, maar
eer hij sprak, snauwde koning Guntram hem toe: //Vijand
van ons land, waarom zijt gij naar het Oosten geweest, om
dien onruststoker Ballomer te halen en in onze staten te
brengen? Gij zijt altijd trouweloos geweest!" //Gij zijt
koning," antwoordde Guntram de Booze, //niemand mag u
tegenspreken, maar ik verklaar, dat ik onschuldig ben, aan
hetgeen gij mij ten laste legt. Indien iemand van mijn stand
mij heimelijk heeft beschuldigd, laat hem thans opkomen en
spreken, en onderwerp gij de zaak aan den uitslag van een
gerechtelijk tweegevecht." Daar ieder zweeg, hernam de
koning: //Allen moesten van begeerte branden om met dien
vreemdeling te strijden, als zij bedenken, dat zijn vader een
molen draaide. Ja, ik zeg u de zuivere waarheid: zijn vader
kaarde wol." Een der afgezanten maakte opmerkzaam op de
tegenstrijdigheid in 's konings antwoord, zeggende: //Hoe nu;
heeft hij dan twee vaders gehad, de een molenaar, de ander
wolkaarder ?" Hierop begon de gansche vergadering te lachen,
waarna" een der afgezanten sprak: //Wij gaan u verlaten, o
koning! Maar dewijl gij uw neef zijne steden niet wilt te-
ruggeven, zeggen wij u, dat de bijl, die het hoofd uwer
broeders heeft getroffen, nog niet afgestompt is, en dat zij
weldra uw hoofd zal afslaan." Na het uitspreken dezer be-
dreiging vertrokken zij, en koning Guntram beval in zijn
toorn, hen met mest en stalvuil na te gooien. Hunne kleederen
werden erdoor bemorst, en zij verwijderden zich onder het
gejouw der vergaderde menigte.
Eredegonde bleef voor haar zoon regeeren en woedde on-
menschelijk tegen hare vijanden, tot zij in 597 overleed.
Maar zij werd in wreedheid nog overtroffen door Brunehilde,
die, nadat zij op haar tachtigste jaar haar achterkleinzoon
had laten vermoorden om in diens plaats te regeeren, een
ijzingwekkend uiteinde had. De Austrische grooten, hare