Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
85
en cle zoon viel zelf in den kuil, dien hij voor zijn vader
had gegraven. Chloderik liet Clovis aanzeggen: //Mijn vader
is dood; ik ben in het bezit van zijn rijk en van zijne schatten;
zend lieden tot mij , en ik zal hun van die schatten alles
medegeven, wat gij begeert." Clovis antwoordde: //Ik dank
u voor uw goeden wil. Gij kunt uwe schatten behouden;
toon ze slechts aan mijne gezanten, wanneer ze bij u komen."
Toen zij aan het hof van Chloderik waren verschenen, toon-
de deze hun alles. Bij eene groote kist gekomen zijnde,
sprak Chloderik: „Hierin placht mijn vader zijne goudstuk-
ken te bergen." Een der gezanten zeide: //Steek er uwe
hand eens in tot op den bodem, opdat wij alles goed kun-
nen zien." En toen Chloderik zich daarop voorover boog in
de kist, kloofde een der mannen hem het hoofd met zijne strijd-
bijl. Aldus trof den goddelooze het lot, dat deze zijn vader
had bereid. Zoodra Clovis tijding van het gebeurde had
gekregen, spoedde hij zich naar Keulen en riep er het volk
bijeen. //Hoort," sprak hij, wat er gebeurd is. Chloderik
verlangde naar de heerschappij van zgn vader, en terwijl ik
langs de Schelde voer, zocht hij hem te doen gelooven, dat
ik hem naar het leven stond. Toen de oude man daarop in
het woud vluchtte, liet Chloderik hem door moordenaars om
het leven brengen. Ik ben aan die misdaad onschuldig, want
Siegbert was mijn bloedverwant, en het zou schandelijk geweest
zijn, indien ik hem naar het "leven had gestaan. Daar gij
nu van uw koning beroofd zijt, geef ik u dezen raad: Wan-
neer het u goeddunkt, wendt u dan tot mij, opdat gij verder
onder mijn bestuur moogt leven." Toen de vergaderden dit
hoorden, sloegen zij op hunne schilden, waarna zij hem op
een schild plaatsten en ronddroegen. Aldus ontving Clovis
het rijk en de schatten van Siegbert. God nu wierp dag
aan d^ Clovis' vijanden voor zijn aangezicht ter aarde en
vermeerderde zijn rijk, omdat hij met een oprecht hart voor
Hem wandelde en deed, wat welgevallig was in Zijne oogen.
Ook vele andere koningen en zelfs zijne naaste bloedverwan-