Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
de opeengepakte menigte, die de kerk vulde, tot den bisschop
door te dringen. Toen smeekte Remigius den Heer om uit-
komst, en zie, daar kwam eene sneeuwwitte duif aanvliegen
met een fieschje gewijde olie in den bek, en zoo kon de
plechtigheid worden voortgezet. Eeuwen lang werd te Rheims
onder den naam van Sainte-Ampoule een fleschje met gewijde
olie bewaard, dat men voor hetzelfde hield, dat de duif aan
Remigius had gebracht. Het was besloten in een gouden
reliquiekastje. De latere Fransche koningen werden allen te
Rheims gekroond en de geestelijken vermengden de voor de
zalving bestemde olie met een druppel uit de Sainte-Ampoule.
Koning Lodewijk XI (t 1483) liet de Sainte-Ampoule naar
Plessis-les-Tours, waar hij woonde, overbrengen om er nog eens
op dezelfde wijze mede gezalfd te worden, als bij zijne kroning
had plaats gehad. Hij hoopte, dat daardoor zijn ziekelijk
leven verlengd zou worden. In 1793 heeft Rhul, lid der
Nationale Conventie, de Sainte-Ampoule op de markt te
Rheims aan stukken gegooid.
De doop bezorgde Clovis de ondersteuning der Katholieke
geestelijken: de bisschop van Rome, Athanasius, schonk hem
den eerenaam van AUerchristelijksten koning; maar zoowel
Clovis als zijne Franken, die in korten tijd allen tot het
Katholieke Christendom bekeerd werden, bleven, wat hun
verstandelijk en zedelijk leven betreft, bij het oude volharden.
Toen aan Clovis, na zijn doop, het lijden van Christus werd
verhaald, riep hij verontwaardigd uit: //Daar had ik met
mijne Franken eens bij moeten zijn. Ik zou hem gewroken
hebben!"
De bekeering der Franken tot het Christendom bracht
eene groote verandering in hunne volksvergaderingen. Zij
hielden die, gewoonlijk tweemaal per jaar, op het daartoe
aangewezen Maartveld. Aan die vergaderingen, welke tevens
tot wapenschouwing dienden, namen alleen de Frankische
veroveraars en niet de overwonnen Romeinen en Galliërs
deel. Zij boden er hun koning, die de vergadering leidde,
II. 6