Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
Evenals bij de meeste oude volken waren bij de Germanen
het goddelijk en het burgerlijk recht innig verbonden. De
gansche rechtspraak was daarom aan de priesters opge'dragen,
maar dezen vormden waarschijnlijk geen bizonderen stand,
daar zij evenals de koningen uit den stand der edelen voort-
kwamen, en de eerste koningen tevens priesters waren. Toen
later het priesterambt van dat des konings werd gescheiden,
was deze aanvankelijk weinig meer dan legeraanvoerder. De
priesters behielden de rechtspraak en traden op als herauten
of boodschappers voor het gansche volk. Zij voorzagen den
koning van goddelijke wapenen en veldteekenen, droegen bij
de verschillende legerafdeelingen de symbolen der goden, en
bezaten de kunst om te tooveren, te voorspellen, -te heelen
en met runen te schrijven. Het gedeelte der tooverkunst
om menschen den dood, ongelukken en ziekten te veroorza-
ken of hen van verstand en lichaamskracht te berooven, gaf
zooveel aanstoot, dat priesters zich op den duur schaamden
het te beoefenen; het werd sedert alleen aan priesteressen
onderwezen. De toovermiddelen, die de priesters aanwendden,
behoedden tegen tooverij, slechte lieden, ziekten, brand, en
verzekerden overwinningen, hulp in zeegevaar, welsprekend-
heid enz. Om te voorspellen gebruikte men runen. Men
nam eenige staafjes van beukenhout, in ieder van welk ééne
der zestien runen of letters gesneden was, wierp ze vervol-
gens op den grond dooreen, en raapte (las) ze daarna één
voor één op. In die volgorde werd dan uit de runen een
woord samengesteld, of men ontleende aan iedere.rune één
woord ter zamenstelling van een zin.
Verscheidene feesten der oude Germanen zijn met zeer
veranderde beteekenis tot op onzen tijd in stand gebleven.
De aanvang van den winter werd gevierd met een feest, dat
nog voortleeft in het ontsteken van St. Maartensvuren op
11 November. Ifi het begin van December herdacht men
de tochten van Wodan op Sleipnir, hetgeen veranderde in
de herdenking van St. Nikolaas op zijn schimmel, den 6den