Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
niet ongesneden te laten. Het doodenschip Naglfar wordt door
Hrym bestuurd. Ook Loki verbreekt zijne boeien en er
ontstaat zulk een geweld en gedruisch, dat de hemel ervan
berst, en de zonen van het brandende Muspelheim onder aan-
voering van Surtur te voorschijn komen. Wanneer dit alles
plaats heeft, verheft zich Heimdal en blaast op den Giallar-
horen (de maansikkel), waarop alle azen bijeenkomen om te
beraadslagen. Wodan rijdt naar den Mimirbron om haar voor
zich en zijn gevolg te raadplegen. De esch Yggdrasil beeft,
en alles verschrikt in den hemel en op de aarde. Nu wapenen
zich de goden voor den laatsten wereldstrijd. Wodan valt den
Fenriswolf, en Donar de Midgardslang aan. Freyr, de god der
vruchtbaarheid, strijd tegen Surtur en wordt door dezen ge-
dood. Nu breekt ook Garm, de hond, die voor het Gnu-
pahol geketend lag, los. Tyr tracht hem tegen te houden,
en in den strijd, dien zij voeren, bezwijken beiden. Donar
slaagt erin de Midgardslang te dooden, maar nauwelijks is
hij negen schreden van zijn stervenden vijand verwijderd,
of hij valt zelf dood neder ten gevolge van het vergift,
waarmede het monster hem had overdekt. Wodan wordt
door den Fenriswolf verslonden, maar zijn dood wreekt de
aze Widar, die zijn voet op de onderkaak des wolfs zet,
de bovenkaak met de handen aangrijpt en dan den muil
des ondiers breekt, ten gevolge waarvan het sterft. Widar
heeft aan den voet, dien hij op de onderkaak des wolfs zet,
den grooten schoen, die gemaakt is van d^ door alle tijden
heen verzamelde stukjes leder, die de menschen van hunne
schoenen snijden op de plaats van de toonen en van den hiel.
Daarom moest ieder, die de azen te hulp wilde komen, erop
bedacht zijn, die stukjes weg te werpen. Loki strijdt met
Heimdal en de een doodt den ander. Ten slotte werpt Surtur
vuur over de aarde, en verbrandt de gansche wereld. Widar,
de god der vernieuwing of herleving, die den Fenriswolf, den
ondergang, heeft overwonnen, wordt uit den brand gered, en
met hem ontstaat eene nieuwe wereld.