Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
Loki de keuze over, opnieuw over het net of in het meer te
springen. Het laatste was levensgevaarlijk en daarom koos
hij het eerste. Donar greep naar hem en kreeg hem in 't
midden te pakken, maar Loki gleed een eind door, zoodat
Donar hem eerst dicht bij den staart weder vast kon houden.
Daarom is de zalm van achteren spits. Nu ketenden de azen
Loki in eene rotskloof; en de wintergodin Skadhi, de gemalin
van den zomergod Njördhr, bevestigde een giftworm (slang)
vlak boven zijn hoofd, zoodat het vergift der slang in zijn
gezicht moest druipen. Zijne vrouw Sigyn plaatste zich echter
roiet eene schaal naast hem om het vergift op te vangen.
Maar als de schaal vol is, en zij zich even verwijdert om haar
te ledigen, druipt het vergift op zijn gelaat, en dan schudt
en stampt hij van pijn, zoodat alles ervan dreunt. De men-
schen noemen dit eene aardbeving.
In de Edda, eene der voornaamste bronnen voor de Germaan-
sche mythologie, wordt de ondergang der wereld op de volgende
wijze geschetst. Als de zedeloosheid ondanks de voorzorgen der
azen toeneemt, komen er drie jaren, waarin de wereld door zware
oorlogen gekweld wordt. Dan zullen broeders elkander uit
hebzucht om het leven brengen, de zoon den vader en de
vader den zoon niet sparen in den moord. Daarna komt de
Fimbulwinter, die drie jaren duurt, zonder door zomers te
worden afgewisseld. Dan stuift de sneeuw van alle kanten,
vriest het hard, zijn de winden scherp en heeft de zon hare
kracht verloren. Dit is de tijd der godenschemering, die tot
den ondergang der wereld leidt. De Fenriswolf verbreekt zijne
boeien en gaat rond met klapperende kaken, zoodat zijne bo-
venkaak den hemel, zijne onderkaak de aarde aanraakt. Vuur
gloeit hem uit oogen en neus. De Midgardslang vat nieuwen
moed en komt weder uit de zee, allerwegen gift spuwende.
Het land wordt overstroomd en daardoor geraakt het schip
Naglfar vlot. Dit schip is gebouwd van de nagels der doo-
den; om er de voltooiing van te vertragen, had steeds de
waarschuwing geklonken, de nagels van de lijken der mannen