Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
moet met droge oogen weenen over Balders uiteinde. Noch in 't
leven, noch in den dood, trek ik nut van hem. Hel behoude
wat zij heeft."
De azen besloten eindelijk zich op Loki te wreken, en
toen deze dit merkte, vluchtte hij op een berg, waar hij
zich een huis bouwde met vier deuren, zoodat hij naar alle
kanten uitzicht had. Over dag nam hij somtijds de gestalte
van een zalm aan en verborg hij zich in den waterval, die
uit een nabijzijnd meer een stroom deed ontstaan. Eens bij
het vuur zittende, dacht hij, hoe de azen het wel zouden
kunnen aanleggen om hem in den waterval te vangen. Toen
nam hij garen van vlas en knoopte het met mazen op de
wijze, als sedert de netten worden gemaakt. Ondertusschen
had Wodan zijne verblijfplaats bespied, en de azen naderden
hem, terwijl hij bezig was het net uit te vinden. Eensklaps
zag Loki hen nabij zijn huis. Onmiddellijk wierp hij het net
in 't vuur, en sprong hij als zalm in 't water. Kwasir, die
van alle azen de wijste was, trad het eerst Loki's huis binnen,
en toen hij in het vuur de asch zag, die van het net was
overgebleven, begreep hij, dat het eene kunstgreep moest zijn
om visch te vangen. Hij deelde dit den overigen azen mede,
die terstond een net begonnen te maken naar de sporen, die
dat van Loki in de asch had achtergelaten. Zoodra het gereed
was, gingen zij ermede naar den waterval. Donar hield het
ééne uiteinde vast, de overige azen trokken aaa het andere.
Loki zwom eerst voor het net uit en legde zich toen tusschen
twee steenen, zoodat het net over hem hesn werd getrokken.
De azen, die wel bemerkt hadden, dat er iets levends in 't water
was, maakten het net van onderen zoo zwaar, dat er niets
zou kunnen doorsluipen en trokken het weder door het water.
Loki zwom opnieuw vooruit, en toen hij dicht bij het meer
was gekomen, sprong hij over het net. Nu wisten de azen
waar hij was. Zij verdeelden zich in twee afdeelingen ter
wederzijde van den stroom, maar Donar ging er midden in
staan en volL'de liet net wadend tot liet meer. Nu bleef