Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
de vergadering der goden, waar hij Hödur, den blinden god
der duisternis, achteraf vond staan, Loki sprak hem aan,
zeggende: //Waarom schiet gij niet naar Balder?" Hödur
antwoordde: # omdat ik hem niet zien kan en ook geen wapen
heb." //Doe als de anderen," hernam Loki, //en eer Balder
gelijk zij. Ik zal u beduiden, waar hij staat, en hier hebt gij
een teentje om mede te schieten." Hödur nam het Mistel-
takje en schoot ermede door het hart van Balder, die dood
ter aarde viel.
Sprakeloos van ontsteltenis stonden de azen op dit gezicht,
want zij begrepen, dat dit het grootste ongeluk was, dat
goden en menschen kon treffen. Toen zij van den eersten
schrik bekomen waren, vraagde Frigg, wie der azen hare
gunst wilde winnen door den Helweg op te rijden, Balder
op te zoeken en aan Hel een losprijs voor hem aan te bieden,
opdat zij hem zou toestaan naar Asgard terug te keeren.
Hermodhr, de snelle, bood er zich toe aan, waarop Wodan,
die beter dan eenig ander begreep, welk een algemeen verval
Balder's döod na zich zou sleepen, zijn paard Sleipnir voor
dien tocht aan Hermodhr afstond.
De azen namen Balder's lijk op en droegen het naar de
zee, om het op Balder's schip Hringhorn, het grootste van
alle schepen, te verbranden; maar zij waren niet in staat,
het schip, dat op het strand was getrokken, in zee te bren-
gen. Zij zonden daarom naar Jötunheim om de reuzin Hyr-
roekin, die weldra op een wolf, met eene slang tot teugel,
kwam aanrijden. Zoodra zij het schip aan den voorsteven
had aangevat, schoot het met zulk eene kracht vooruit, dat
de rollen, waar het over gleed, in brand geraakten (zonson-
dergang). Balders lijk werd nu op het schip gedragen en
toen zijne vrouw Nanna (de bloesem)de dochter van Nep
(den bloesemknop), dit zag, bestierf zij het. Met veel plech-
tigheid werden nu de lijken van Balder en Nanna op het
schip Hringhorn verbrand. Wodan legde op den brandstapel
den ring Draupnir, die sedert de eigenschap bezat, datiederen ne-