Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
lijke genezing terstond beloonen, en deelt hij haar mede,
dat hij Oerwandü in eene mand door den overouden ijsstroom
Eliwagar heeft gedragen, en zij hem ieder oogenblik thuis kan
wachten. Als waarmerk van deze mededeeling verhaalt hij,
dat Oerwandil onvoorzichtig een toon uit de mand had ge-
stoken, waardoor deze bevroor, en dat hij hem daarna afge-
broken en naar den hemel geworpen had, waar hij nu als
het sterrenbeeld Oerwandil's toon prijkt. Groa was over deze
tijding zoo verheugd, dat zij hare tooverliederen vergat, en
zoo bleef de slijpsteen in Donar's hoofd zitten.
Men neemt aan, dat de Germaansche mythen op den strijd
der natuurkrachten duiden, waarbij de azen de weldadige, de
reuzen de verwoestende voorstellen. Zoo kan de strijd van
Donar met Hrungnir op de belemmeringen wijzen, die de
steenwereld aan den akkerbouw in den weg legt, en Oer-
wandil op de vruchtkiem, die door Donar gedurende den
winter tegen de vorst wordt bewaard. Oerwandil's bevroren
toon beteekent dan de kiem, die te vroeg ontspruit en door
de koude verloren gaat.
Toen het Christendom bij de Germanen was ingevoerd,
gingen de godenmythen niet verloren, maar zij werden om-
gewerkt tot heldensagen. Die sagen, waarin de helden als
het ware afspiegelingen zijn van de goden, stellen Oerwandil als
den held Orendel voor, die te Trier begraven is, en van wiens
vader Cigil het beroemde appelschot wordt medegedeeld. Cigü
hield zich op aan het hof van koning Nidung en muntte boven
alle strijders als boogschutter uit. Eens wilde koning Nidung
de proef nemen, of Cigil werkelijk zoo goed schoot, als men
van hem verhaalde. Hi^ liet Cigil's driejarig zoontje een appel
op het hoofd plaatsen, en beval toen Cigil naar den appel te
schieten. Zijn pijl mocht noch boven, noch ter linker- noch
ter rechterzijde van den appel snorren: zijn zoontje te
treffen was hem niet verboden, maar de koning wist wel,
dat Cigil dit van zelf vermijden zou, wanneer hem dit mo-
gelijk was. Cigil mocht slechts één pijl schieten, doch hij
)l. 5