Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
hen beet, staken zij hem een zwaard in den geopenden muil,
met het gevest tegen de onder- en de punt tegen de boven-
kaak, en aldus moest hij blijven liggen.
Onder de meest bekende azen bekleedt Donar of Thor,
de god van het onweder, eene eerste plaats. Hij is gewa-
pend met een geduchten werphamer, Miölnir genaamd, die
de eigenschap heeft, na door den god geworpen te zijn, van-
zelf in diens hand terug te keeren; bovendien heeft hij ijze-
ren handschoenen, waarmede hij den bliksem slingert, en den
gordel Megingiardr, die zijne godenkracht verdubbelt. Hij
is den menschen vriendelijk gezind, want hij verplettert met
zijn Miölnir niet alleen de winterreuzen, ook de elfen der
hitte, die wolkbreuken veroorzaken. Als god van het huwe-
lijk doet hij het huiselijk, als god van den eigendom, het
maatschappelijk leven ontstaan; als god der bruggen, die de
bergstroomen temt, bevordert hij het onderling verkeer der
volken. Donar heeft twee zonen. Modi (kracht) en Magni
(moed). Wanneer hij in zijn door twee bokken, Tanngniostr
(tandenklapperaar) en Tanngrisnir (tandenknarser), getrokken
wagen rijdt, staat de aarde in vlam, vliegen er vonken, beven
en breken de bergen, en als hij met Miölnir werpt, kraken
de rotsen en huilen de kloven.
Eens was Donar met zijne bokken in gezelschap van Loki
op weg. Des avonds namen zij hun intrek bij een boer.
Donar slachtte zijne bokken voor het avondmaal en beval
aan Thialfi en RöskM'a, de kinderen van den boer, de afge-
kloven beenderen onbeschadigd op de afgetrokken huiden te
leggen. Op aanstoken van Loki sloeg Thialfi echter een
dijbeen stuk om er het merg uit te kunnen halen. Den
volgenden morgen streek Donar met Miölnir over de vellen
en terstond herleefden de beide bokken, maar de eene was
lam aan het achterbeen. Toen Donar dit bemerkte, zeide
hij, dat de boer of een der zijnen onvoorzichtig moest zijn
geweest met de beenderen. De boer verschrikte hevig van
Donar's toorn, smeekte om vrede en bood alles, wat hij had.