Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
hij dagelijks haar water dronk. Eens kwam Wodan bij de
Mmir-bron en verlangde er een dronk water uit, doch de
reus wilde hem niet toestaan den giallarhoren (maansikkel)
te vullen en te ledigen, eer hij een zijner oogen tot pand had
gegeven. Wodan deed het en was sedert eenoogig, doch
daarvoor bezat hij nu wijsheid. Hij werd de uitvinder van
het runenschrift {rune = geheimenis), dat bij voorspellingen
en tooverkunsten werd gebruikt. Wodan's betrekking als
god der welsprekendheid en der dichtkunst (siaZtZere-kunst)
ging over op zijn zoon Braga, wiens vrouw Idun (het zomer-
groen) in een vat de appelen bewaart, welke de goden moeten
eten om weder jong te worden, wanneer zij zich voelen ver-
ouderen.
Als Wodan op zijn zetel in Asgard heeft plaats geno-
men, zit somtijds zijn gemalin Erigg naast hem. Twee
raven Hugin en Munin (gedachte en herinnering) zitten op
zijne schouders en fluisteren hem toe, want iederen dag zendt
hij hen uit om den tijd na te gaan. De menschen noemen
hem daarom den ravengod. Heeft Wodan zijn ros Sleipnir
bestegen, dan kan hij zich met de snelheid der gedachte
naar de verst verwijderde oorden begeven. Hij is gewapend
met een gouden helm, een schoon pantser, een zwaard en
de nimmer missende speer Gungnir. Somtijds neemt hij in
de gedaante van een vermoeid reiziger zijn intrek bij de men-
schen om hunne geaardheid te leeren kennen, en enkele
malen geeft hij aan begunstigde helden een zijner eigene
wapenen ten gebruike. Koning Wölsung had een zaal laten
bouwen, waarin zich een boom bevond, welks wortels diep in
de aarde drongen, welks kruin hoog boven de zaal uitstak en
die den naam van Kinderstam droeg. Toen Wölsung zijne
dochter Signe aan Siggeir uithuwde, kwam des avonds op
het bruiloftsfeest een man de zaal binnen. Hij was barrevoets,
droeg een gevlekten mantel en eene linnen broek, had eene
forsche gestalte en was eenoogig, hetgeen hij door een hoed
met een breeden rand zocht te verbergen. Met een zwaard