Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
was. De goden wierpen het lijk van Yinir in Ginnungagap
en bouwden er de wereld van: van zijn bloed vormden zij de
zee en de overige wateren, van zijn vleesch de aarde, van
zijne beenderen de bergen, van zijne tanden en kaken de
klippen en rotsen, en van zijn schedel het hemelgewelf, dat zij
op vier hoornen lieten rusten, bij ieder van welken zij een
der vele uit de maden van Ymirs vleesch geschapen dwergen
plaatsten: Nordri, Austri, Sudri en Westri. Ymirs hersenen
wierpen zij in de lucht, en vormden er de wolken uit.
Toen namen zij de vonken, die uit Muspelheim opvlogen
en plaatsten ze aan den hemel om de aarde te verlichten.
Aan alle lichten gaven zij hunne plaats: sommige aan
den hemel, sommige los onder den hemel, en allen kregen
een bepaalden gang, waarnaar jaren en dagen berekend
worden. De kusten van de aarde, die de gedaante van eene
schijf had, waaromheen de zee spoelde, werden den reuzen
tot woonplaats aangewezen (Jötunheim). In het midden
der aarde bouwden de zonen van Bör, om de aanvallen
der reuzen te keer te gaan, van Ymir's wenkbrauwen
den burcht Midgard. Eens, dat zij langs het zeestrand
wandelden, zagen zij twee boomen en daaruit schiepen
zij het eerste paar menschen. Wodan schonk hun geest
en leven, Wili verstand en beweging, "We spraak, gehoor
en gezicht. Den man noemden zij Ask (esch), de vrouw Embla
(els), en zg wezen hun Midgard tot woonplaats aan. Voor
zich zeiven bouwden de azen in 't midden der wereld
den burcht Asgard, die door de Bifröstbrug (regenboog) met
Midgard verbonden was. Gelijk Midgard door menschen, zoo
werd Asgard door azen en azinnen (godinnen) bevolkt. De
hof van Asgard heette Idafeld, en daar hielden de azen hunne
vergaderingen en hunne maaltijden. Er stonden twaalf zetels,
waarvan die, welke voor Wodan bestemd was, hooger was
dan de andere.
De muren van het paleis, Gladsheim geheeten, waren van
goud. Dit goud was door de dwergen van onder de op-