Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
De mythologie der Germanen.
Alle volken, die eenigszins in beschaving vooruitgaan, be-
ginnen na te denken over het ontstaan en het voortbestaan
van het heelal. Hetgeen zij er van denken, drukken zij uit
in verhalen, die men mythen noemt.
Het ontstaan der wereld had volgens de Germaansche
mythologie aldus plaats.
In den beginne bestond er niets dan koude, warmte en water.
In het Zuiden bevond zich het warme, lichte oord Muspelheim,
in het Noorden het koude Niflheim, waaruit de bron Hwer-
gelmir (bruisende ketel) twaalf stroomen, Eliwagar genoemd,
voortkwamen, die zooveel ijs aanvoerden, dat Ginnungagap
(gegaap van 't geeuwen) de ledige ruimte tusschen Muspelheim
en Niflheim, er in den loop der eeuwen mede gevuld werd.
Hier ontmoetten de rijp uit Niflheim en de warmte uit Mus-
pelheim elkander. Uit beider vereeniging ontstonden de reus
Ymir, en de koe Andhumla, uit wier uier vier stroomen melk
vloeiden, waarmede Ymir zich voedde. Eens, dat Ymir lag
te slapen, brachten zijne voeten een tweeslachtig wezen (man
en vrouw tegelijk) te voorschijn, waaruit de booze Hrimthur-
sen (vorstreuzen) ontstonden.
De koe Andhumla likte aan de ijsklompen. Den eersten
dag, dat zij dit deed, kwam uit het ijs haar, den tweeden
dag een hoofd en den derden een wezen, Buri genaamd, te
voorschijn. Hij was schoon van aangezicht, sterk en groot,
en kreeg een zoon, Bör geheeten. Deze huwde met Bestla,
de dochter van den hrimthurs Bölthorn, en uit dezen echt
ontsproten drie goden of azen: Wodan, Wili en We. Dit
drietal doodde den reus Ymir en uit diens wonden stroomde
zooveel bloed, dat het gansche reuzengeslacht erin verdronk
met uitzondering van Bergelmir, die zich met zijne vrouw
in eene boot redde (zondvloed) en aan een nieuw reuzenge-
slacht het aanzijn schonk, dat goden en menschen vijandig