Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.56
diensten en verdiensten kon de lijfeigene somtijds zijne om-
standigheden verbeteren, maar zoowel zijn persoon als zijne
have bleven het eigendom van zijn heer. Door vrijlating kon
de lijfeigene tot den stand der hoorigen of liten verhoogd
worden.
De hoorigen waren persoonlijk vrij. Zij mochten zich
bij eede, met of zonder eedhelpers voor het gerecht verde-
digen en er was een weergeld voor hen vastgesteld, dat de
helft bedroeg van dat der vrijen. De eed van een hoorige
gold voor het gerecht minder dan die van een vrije. De hoo-
rigen waren niet het eigendom van hun heer, maar zij ston-
den onder diens bescherming en moesten hem daarvoor eene
schatting opbrengen. Bij hun dood kwam een gedeelte van
hunne nalatenschap aan hun heer. Hoorigen, die een stuk
land van hun heer in gebruik hadden gekregen, behoorden
tot den grond van hun heer en konden daarmede verkocht of
weggeschonken worden. Door vrijlating kon de hoorige tot
den stand der vrijen worden verheven.
Zaken, die een ganschen stam of een geheel volk aangin-
gen, werden door de vrijen van de verschillende marken en
gouwen, die tot dien stam of dat volk behoorden, op eene
algemeene vergadering onder den blooten hemel beslist. Op
zulke vergaderingen koos men ook den legeraanvoerder, die
eerst hertog, later koning werd genoemd. Bij zulk eene
keuze werd meer op uitstekende dapperheid dan op geboorte
gelet. De Germaansche aanvoerder wist een aantal strijd-
makkers om zich te vereenigen, wier voorbeeld hij was, en
die het zich ten plicht stelden door dapperheid uit te mun-
ten en zich geheel aan zijn dienst te wijden. Hij beloonde
hen daarvoor met het schenken van wapenen of van een
strijdros; later, toen de Germanen grootere veroveringen
maakten, met het schenken van eenig grondgebied. Hieruit
ontwikkelde zich een maatschappelijke toestand, die bekend
is onder den naam van leenstelsel.