Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.53
de ongelukkige niet omgekomen, dan moest de proef tot
driemaal toe herhaald worden. Daarna rekende men, dat hij
genoeg had geboet, al had hij het leven behouden. Intns-
schen konden alle straffen, ook die voor moorden, worden
afgekocht, door boeten van een of meer stuks vee. De boete, die
betaald moest worden voor het dooden van een mensch, heette
weergeld. De aangeklaagde was verplicht zijne onschuld te
bewijzen door het afleggen van een eed. Waren de aanklager
en de voorzitter daarmede niet tevreden, dan werd den aan-
geklaagde de verplichting opgelegd een of meer personen
bij eede te doen betuigen, dat zij zijne verklftring voor waar
hielden. Zulke personen heetten eedhelpers. Ieder markgenoot
was verplicht als getuige of als eedhelper op te treden, wanneer
dit van hem kon worden geëischt. In sommige gevallen mocht
de schuld of de onschuld bewezen worden door een gerechtelijk
tweegevecht tusschen aanklager en aangeklaagde. Beiden kon-
den zich echter, zelfs door gehuurde personen, doen vervangen.
Het toenemen der bevolking bracht verandering in de be-
hoeften, en hierdoor ontstonden meer en meer veranderingen
in de oorspronkelijk zoo eenvoudige toestanden. Wanneer
het om het dorp gelegen bouwland niet meer voldoende was
om de bevolking te voeden, dan besloot een gedeelte der
markgenooten gezamenlijk te verhuizen. Konden die landver-
huizers geen onbezet land vinden, zoo verzochten zij aan de
bewoners van het dorp, dat zij verlieten, zich elders in de
mark te mogen vestigen. Somtijds zett'en zij zich met toe-
stemming der eigenaars in eene vreemde mark neder. In
beide gevallen werd het nieuwe dorp, dat zij stichtten, dik-
wijls afhankelijk van het eerste in die mark gestichte dorp.
De bewoners van het nieuwe dorp voerden dan den naam
edelman niet meer. Zij konden door de bewoners van het
oude in de vreemde mark weder verjaagd, of door die, van-
waar zij gekomen waren, teruggeroepen worden, en ontstond
er tusschen het oude en het nieuwe dorp een twist, dan werd
daarin uitspraak gedaan door de bewoners van het oude.