Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.532
Ondertusschen deed Constantijn Paleolögus al het mogelijke
om Constantinopel in een goeden staat van tegenweer te brengen.
Gedurende den winter van 1452 op 1453 werd de stad goed
van levensmiddelen voorzien en met kracht gearbeid aan de
uitgebreide vestingwerken. Toen de keizer echter de weer-
bare manschap liet tellen, bevond hij, dat er slechts 2000
vreemdelingen en nauwelijks 5000 burgers voorhanden waren
om de wapenen te voeren. Hij was er zoozeer van ontsteld,
dat hij beval, den uitslag der telling geheim te houden om
de heerschende moedeloosheid niet te doen toenemen. Wegens
geldgebrek kon er in het tekort aan strijders moeilijk voor-
zien worden, maar met behulp der bemanning van de in de
haven liggende schepen, werd het aantal verdedigers nog op
9,000 gebracht.
Eeeds in Januari 1453 liet Mohammed II afdeelingen van
zijne troepen en oorlogsschepen naar Constantinopel opruk-
ken. Het vervoer van het zware belegeringsgeschut kostte
veel tijd. Twee volle maanden, Februari en Maart, waren
noodig om het zware kanon, dat uit eene monding van twaalf
span wijdte eene steenmassa van ruim 400 K.G. schoot, van
Adrianopel tot voor Constantinopel, een afstand van twee dag-
marschen, te sleepen. Toen Mohammed II zich in 't begin
van April bij zijn leger voegde, had hij ruim 200,000 man
aan de landzijde en een vierhonderdtal schepen aan de zee-
zijde van Constantinopel. Daar de Turksche schepen geene
positie konden nemen in de haven, omdat deze door een
zwaren ketting was afgesloten, begon de aanval van de land-
zijde, Van den morgen tot den avond dreunde de grond bij
den donder van het geschut, waartoe het sein werd gegeven
door het groote kanon, dat zevenmaal per dag werd afge-
vuurd, en toch werden daardoor in de belegerde stad de
kerkelijke twisten niet gestild, die de bewoners in haat
tegen elkander ontvonkten en in twee vijandige partijen ver-
deelden , waarvan er eene luide verkondigde, dat zij liever
den tulband des sultans dan den helm der Eomeinen in de