Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.581
Turken, die in hunne handen vielen, als stamgenooten slechts
uit te plunderen en daarna te laten loopen. Bajazet werd door
Timoer vriendelijk ontvangen en goed behandeld, maar toen
zijn zoon Mohammed eene vruchtelooze poging had beproefd
om hem te doen ontvluchten, werd de gevangenschap ver-
scherpt. Des nachts moest Bajazet aan handen en voeten
'geketend slapen, en bij de tochten van 't leger werd hij in een
stevig getraliedeu draagstoel vervoerd. Dit brak zijne kracht.
Acht maanden na zijne gevangenneming stierf hij.
Aanvankelijk was het Turksche rijk aan groote verwarring
ten prooi, maar langzamerhand herstelde het zich en streed
het met afwisselend geluk tegen de Magyaren en de Alba-
neezen, afstammelingen van de Illyriërs der Oudheid, die
door den ontembaren Skanderbeg (Georga Castriota) werden
aangevoerd. Groote kracht ontwikkelden de Turken weder
onder Mohammed II (1451—1481), een achterkleinzoon van
Bajazet. Toen hij zich gereed maakte het beleg voor Con-
stantinopel te slaan, wendde de keizer, Constantijn Paleolö-
gus, zich om hulp tot paus Nikolaas V. Deze antwoordde,
dat hij alleen niet bij machte was aan het verzoek te vol-
doen , dat de keizer zich ook tot de overige Westersche
mogendheden moest richten, en dat eindelijk geene hulp kon
worden verleend, indien de geestelijkheid en het hof te Con-
stantinopel niet medewerkten om eene vereeniging tot stand
te brengen tusschen de Latijnsche en de Grieksche kerk. De
Westersche mogendheden betoonden weinig lust den Byzan-
tijnen hulp te verleenen en daarop werden, op aandrang van
den keizer, door de hooge Grieksche geestelijken met een
pauselijk legaat eenige bepalingen gemaakt, die later tot eene
vereeniging der beide kerken hadden kunnen leiden. De be-
volking van Constantinopel verklaarde echter met die bepalin-
gen geen genoegen te nemen. Toch beloofden daarop Nikolaas
V, de republiek Venetië en koning Alfonsus van Napels en
Sicilië ieder tien galeien ter ondersteuning van Constantinopel
te zullen uitrusten, doch hiermede ging het zeer traag.