Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.530
Servische hulptroepen; op den linkervleugel de overige Euro--
peesche troepen, terwijl Bajazet met 10,000 Janitsaren het
centrum vormde. De strijd begon in den vroegen morgen door
een aanval van Timoer's benden op de beide vleugels. Eeeds
begonnen de andere Europeesche hulptroepen te wijken, toen
de Serviërs een krachtigen aanval deden. Zij drongen op
verscheidene ponten door de liniën des vijands, keerden daarna
om, vielen hem toen in den rug aan, en richtten eene ge-
duchte slachting onder hem aan, daar zij door hunne zware
pantsers weinig te lijden hadden van de pijlen der Aziaten.
Terwijl de vleugels van zijn leger zich in de hitte van den
strijd meer en meer van den heuvel verwijderden, bleef Bajazet
er met zijne Janitsaren staan, zonder mede den aanval te be-
ginnen. Uit vrees, dat hij overvleugeld zou worden, zond
hij zijnen vooruitgedrongen veldheeren bevel, naar hunne
eerste stelling terug te keeren. Aanvankelijk weigerden zij
te gehoorzamen, maar eindelijk zagen zij er zich door de over-
macht der vijanden toe verplicht. Timoer's troepen volgden
hen echter op den voet, en dewijl de terugtrekkende Turken
daardoor geene gelegenheid hadden zich weder behoorlijk in
slagorde te scharen, ontstond er eene verwarring, die spoe-
dig overging in vlucht. Weldra stond Bajazet met zijne 10,000
Janitsaren alleen te midden der overmachtige vijanden. Aan
het dringend smeeken zijner onderbevelhebbers om terug te
trekken, had hij geen gehoor willen geven. Tot in den nacht
handhaafde hij zijne stelling, en eerst toen bijna al zijne
strijders door het zwaard der Tataren of den brandenden dorst
bezweken waren, sloeg hij zich met slechts weinig getrouwen
door de dichte drommen der vijanden heen om zijn leven en
zijne vrijheid door de vlucht te redden. Eene afdeeling Tataar-
sche ruiters zette hem na en maakte zich van hem meester,
nadat het storten van zijn paard zijne vlucht had vertraagd. Over
het geheel was het aantal Turken, die l'imoer gevangen maakte,
gering. Hij had, geheel in strijd met de handelwijze van Bajazet,
vóór den aanvang van den slag aan zijne troepen bevolen, de