Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.528
koker) en de officieren, die onder dezen stonden, heetten
asjtsji-basji (opperkok) en sakha-basji (opperwaterdrager). Het
aantal Christenkinderen, die tot Janitsaren werden opgevoed,
klom voortdurend, en daardoor waren de sultans in staat,
groote en uitstekende legers te velde te brengen, zonder de
niet zeer talrijke Turken te veel te verzwakken. Tevens wer-
den daardoor aan de Christenbevolking die krachten ontno-
men, welke anders misschien in staat zouden geweest zijn
het Turksche juk af te werpen. Langzamerhand echter wer-
den de Janitsaren eene macht in den staat op de wijze, als
de Praetorianen het in 't oude Rome waren geweest. Zij dwon-
gen de sultans hun geld te geven of oorlog te voeren, of
de uitvoering van een plan te staken, wanneer het hun niet
aanstond.
Bovendien stichtte Moerad I in de veroverde landstreken
leengoederen om daarmede dappere Sipahis te beloonen. Zij,
die met zulk een krijgsleen begunstigd werden, heetten Timar-
liks en kregen de belastingen, die de boeren, zoo Moham-
medanen als Christenen, moesten opbrengen voor de akkers,
die zij in vruchtgebruik hadden. De Timarlik was daarentegen
verplicht een aantal goed uitgeruste ruiters, overeenkomstig
de opbrengst van zijn leen, aan den sultan te leveren. De rijke
grondbezitters van de Christenstaten, die, als hunne landstreek
door de Turken werd veroverd, terstond tot den Islam over-
gingen, konden hunne goederen onder zekere voorwaarden
behouden en kregen later den naam van Bereh Begs (Hee-
ren der Vallei),
Moerad I sneuvelde in een veldslag, dien hij op de vlakte
van Kossovo Polje (Veld der Meerlen) aan de Serviërs en
hunne bondgenooten leverde. Toen hij doodelijk gewond was,
nam zijn zoon Bajazet het opperbevel op zich en behaalde
eene beslissende overwinning (1389). Bajazet, die nu zijn
vader als sultan opvolgde en den bijnaam Ilderim (Bliksem)
ontving, lijfde Servië bij zijn rijk in en richtte den blik naar
Constantinopel, dat weldra het rampzalig overschot zou zijn