Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.527
stad door eene aardbeving geducht hadden geleden, drongen
de Turksche troepen, die zich in de nabijheid bevonden, er
onverwachts binnen. Kantakuzenes verzocht zijn schoonzoon
de overweldigers de stad te doen ontruimen, doch Orkhan
antwoordde, dat Gallipoli niet door de wapenen, maar door
den wil Gods in zijne handen gekomen was.
Moerad I (t 1389), de zoon en opvolger van Orkhan,
bevestigde zijne heerschappij in Klein-Azië en veroverde daarna
verscheidene steden in Europa, waaronder het belangrijke
Adrianopel. Bevreesd voor de toenemende macht der Tur-
ken, brachten de koningen van Servië en Hongarije en
de woiwoden van Walachije en Bosnië heimelijk een leger
van 20,000 man bijeen om Adrianopel bij verrassing te
heroveren. De bevelhebber dier stad kreeg kennis van dit
voornemen, en daar hij slechts. 10,000 man onder zijne be-
velen had, nam hij eene list te baat om het plan zijner
vijanden te verijdelen. In den nacht overviel hij de slecht
bewaakte legerplaats der Christenen, bracht hun groote ver-
liezen toe, en dwong hen tot eene ordelooze vlucht. Moerad I
vestigde zijne residentie te Adrianopel, dat hij door een prach-
tig paleis en van Oostersche praal schitterende moskeeën
versierde. Hij breidde de afdeeling Janitsaren, die reeds
zoo belangrijke diensten bewezen had, aanzienlijk uit, en
gaf haar nieuwe voorschriften. Hij liet de Janitsaren in kazer-
nen wonen, verbood hun het huwelijk, verschafte hun rijkelijk
voedsel, kleeding en soldij, en beloonde hen ruimschoots
voor buitengewone diensten. Hierdoor leerden de Janitsaren
niets anders kennen en liefhebben dan het krijgsmansleven
en den oorlog, en stelden zij slechts belang in den sultan,
door wien zij opgevoed en onderhouden werden. Hoeveel dit
bij hen woog, kan daaruit blijken, dat zij verscheidene be-
namingen, die in het leger voorkomen, aan de keuken ont-
leenden. Zoo was hun vaandel de kasan (vleeschketel), en
droegen zij als pluim een houten lepel op hunne fez of hoofd-
bedekking; hun aanvoerder heette tsjorbadzji baeji (oppersoep-