Boekgegevens
Titel: Kleio: verhalen en schetsen
Deel: Dl. 2 Geschiedenis der Middeleeuwen
Auteur: Kollewijn, A.M.
Uitgave: Amersfoort: A.M. Slothouwer, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: F 337
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203496
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Kleio: verhalen en schetsen
Vorige scan Volgende scanScanned page
.526
hun vroeger nomadenleven weinig geschikt waren om gere-
gelde troepen te vormen, zooals de huurlingen der Byzantijnen
waren, nam Orkhan den volgenden onmenschelijken maatregel
om zijn leger te verbeteren. Hij liet een duizendtal knapen
met geweld aan zijne Christelijke onderdanen ontrooven, hen
in den Islam onderwijzen en tevens tot eene geregelde afdee-
ling krijgslieden vormen. Dit korps kreeg den naam Jeni
Tscheri (Janitsaren) en ontwikkelde zich later tot het zoozeer
gevreesde Turksche voetvolk. De hooge soldij en het aanzien
dat de Janitsaren genoten, gevoegd bij de ellende, waarin de
Christelijke bevolking verkeerde, waren oorzaak dat spoedig
vele zonen van Christenen, hetzij vrijwillig, hetzij op aandrang
hunner ouders, zich aanboden om onder de Janitsaren in
dienst te treden. Tevens slaagde Orkhan erin, uit zijne tal-
rijke ongeregelde ruiterij eene afdeeling geregelde ruiters te
vormen, die den naam Sipahis (ridders) ontvingen.
Het Byzantijnsche rijk verzwakte ondertusschen voortdurend
door inwendige verdeeldheden. De keizers hadden niet kunnen
verhinderen, dat de Boelgaren zich ten Z. van den Donau
gevestigd, en Slaven ten W. van hen het rgk Servië gesticht
hadden. In 1341 stierf keizer Andronïkus. Hij liet twee
zonen na onder voogdij van zijn bloedverwant Kantakuzenes.
Hunne moeder, Anna van Savooie, verdreef op aanstoken
van den patriarch van Constantinopel Kantakuzenes, die daarop
naar Adrianopel vluchtte en er zich tot ambtgenoot van den
jeugdigen keizer liet uitroepen. Om zich in den strijd tegen'
Anna staande te houden, sloot hij een verbond met sultan
Orkhan, wien hij zijne dochter tot gemalin gaf, en weldra
riep hij de hulp van zijn schoonzoon tegen Stefänus, den
koning van Servië, in, die zijn steun verleende aan de weduwe
van Andronikus. De Turksche hulptroepen hielpen Kantaku-
zenes Constantinopel veroveren, maar daarna veroorzaakten zij
hem veel last. Niet alleen plunderden zij het land, maar zij
maakten zich ook meester van eenige sterke plaatsen. Dit
was ook het geval met Gallipoli. Toen de vestingmuren dezer